Hoofdstuk IV.
Handhaving


Art. 29.
[Voor deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk bestraffen van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen uitgevoerd volgens de regels in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]

Art. 30.
[...]

Art. 31.
De houder van het visrecht kan eigen visserijwachters benoemen met inachtneming van artikel 177 van het Boswetboek.
Die wachters worden met de private boswachters gelijkgesteld.

Art. 32.
[...]

Art. 33.
[...]

Art. 34.
De vervolgingen worden ambtshalve ingesteld; is het in artikel 23 omschreven misdrijf, afgezien van enig ander misdrijf, gepleegd in een in artikel 6 bedoelde waterloop, dan geschieden de vervolgingen slechts op klachte van de rechthebbende van het visrecht.

Art. 35.
Worden opgeheven:
De wet van 19 Januari 1883 op de riviervisserij;
De wet van 5 Juli 1899 tot wijziging van de wet van 19 Januari 1883 op de riviervisserij;
Artikel 29 van de wet van 10 Augustus 1923 tot wijziging van de wetten op de zegel-, registratie-, griffie-, hypotheek- en successierechten;
Artikel 5, derde lid, van de wet van 30 Januari 1924 tot herinrichting der landelijke politie;
Het koninklijk besluit nr 232 van 26 December 1935 houdende wijziging van de wet op de riviervisserij;
De wet van 1 Juni 1937 waarbij de wet van 19 Januari 1883, gewijzigd bij de wet van 5 Juli 1899, wordt aangevuld.