Hoofdstuk III.
Heffing op de exploitatie van een directe lijn in het Vlaamse Gewest


Afdeling I.
Belastbare materie en tarief van de heffing op de exploitatie van een directe lijn in het Vlaamse Gewest


Art. 14.3.1.
Er wordt een heffing ingesteld op de exploitatie van een toegelaten directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt, vermeld in artikel 4.5.1, § 2, en die gelegen is in het Vlaamse Gewest.
De heffing wordt berekend op een hoeveelheid elektrische stroom uitgedrukt in megawattuur, die gelijk is aan de hoeveelheid stroom die jaarlijks in de directe lijn wordt geïnjecteerd.
De beheerder van de directe lijn, vermeld in het eerste lid, die voor de toepassing van dit hoofdstuk de heffingsplichtige is, is de heffing verschuldigd.

Art. 14.3.2.
Het tarief van de heffing, vermeld in artikel 14.3.1, bedraagt:
voor een directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt en waar de afnemer aangesloten is op laagspanning: 53,83 euro per geïnjecteerd megawattuur;
voor een directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt en waar de afnemer aangesloten is op middenspanning: 5,95 euro per geïnjecteerd megawattuur;
voor een directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt en waar de afnemer aangesloten is op hoogspanning of in eilandwerking is: 0,36 euro per geïnjecteerd megawattuur.
Indien de afnemer, vermeld in het eerste lid, op diens eigen site echter aangesloten is op meerdere spanningsniveaus, dan wordt het tarief gehanteerd dat behoort tot het hoogste spanningsniveau waarop deze is aangesloten.

Art. 14.3.3.

§ 1

De heffing, vermeld in dit hoofdstuk, wordt van rechtswege met ingang van heffingsjaar 2020 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd door het tarief, vermeld in artikel 14.3.2, te vermenigvuldigen met het gewogen gemiddelde van het elektriciteitsdistributienettarief per kilowattuur voor afname dat is toegewezen voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen, dat per 1 januari van toepassing is, en te delen door het gewogen gemiddelde van het elektriciteitsdistributienettarief per kilowattuur voor afname dat is toegewezen voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen dat op 31 december 2018 van toepassing was. De VREG stelt daarvoor de nodige gegevens ter beschikking aan de Vlaamse Belastingdienst.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 wordt het tarief voor een directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt en waar de afnemer aangesloten is op hoogspanning of in eilandwerking is als vermeld in artikel 14.3.2, 3°, geïndexeerd aan de hand van het gewogen gemiddelde van het gedeelte van het elektriciteitsdistributienettarief per kilowattuur voor afname dat is toegewezen voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen dat van toepassing is op zij die rechtstreeks aangesloten zijn op de transformatoren tussen het hoogspanningsnet en het middenspanningsnet.

§ 3

Het gewogen gemiddelde, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt berekend door de optelsom van de getallen die bekomen worden door het van toepassing zijnde standaardtarief voor openbaredienstverplichtingen per netbeheerder te vermenigvuldigen met het aantal afnamepunten waarop dit tarief op de betreffende datum van toepassing is, te delen door het totale aantal afnamepunten in het Vlaamse Gewest die op de betreffende datum zijn aangesloten op het betrokken spanningsniveau.

Afdeling II.
Inning en invordering van de heffing op de exploitatie van een directe lijn in het Vlaamse Gewest


Art. 14.3.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn, vermeld in artikel 14.3.1, gelegen is, meet de elektriciteit die op jaarbasis in de directe lijn geïnjecteerd wordt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen aangaande hoe die elektriciteit wordt gemeten.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder, vermeld in het eerste lid, zorgt ervoor dat voor een nieuwe toegelaten directe lijn als vermeld in artikel 4.5.1, § 2, in gebruik wordt genomen, ze wordt uitgerust met een meter die toelaat de elektriciteit die in de directe lijn geïnjecteerd wordt te meten als vermeld in dit hoofdstuk. De VREG bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerders de nodige informatie om die installatie mogelijk te maken. De kost van deze meter en de plaatsing ervan is ten laste van de beheerder van de directe lijn.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders, vermeld in het eerste lid, melden voor 1 februari van het jaar dat volgt op het heffingsjaar aan de Vlaamse Belastingdienst voor elke directe lijn die in hun gebied ligt als vermeld in artikel 14.3.1, de hoeveelheid elektriciteit die gedurende het vorige kalenderjaar in die lijn werd geïnjecteerd.

Art. 14.3.5.

§ 1

Vóór 1 april van het jaar dat volgt op het heffingsjaar, wordt de heffing in het kohier ingeschreven en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor heeft aangewezen.
De kohieren bevatten op straffe van nietigheid:
de naam van de heffingsplichtige;
de verwijzing naar dit decreet;
het heffingsjaar;
de berekening en het bedrag van de verschuldigde heffing;
de datum van uitvoerbaarverklaring;
de handtekening van de ambtenaar die ermee belast is het kohier uitvoerbaar te verklaren.
Ter uitvoering van het kohier worden de aanslagbiljetten naar de heffingsplichtigen gestuurd. Deze aanslagbiljetten bevatten:
de verzendingsdatum;
de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier;
het kohierartikel;
het heffingsjaar;
de grondslag van de belasting;
het te betalen bedrag en de berekeningswijze ervan;
de uiterste betaaldatum;
de termijn waarin de belastingschuldige bezwaar kan indienen, de benaming en het adres van de entiteit van de Vlaamse administratie die bevoegd is om het bezwaar te ontvangen, en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd.
De heffingsplichtige moet de heffing betalen binnen twee maanden nadat het aanslagbiljet is verzonden.

§ 2

Binnen een termijn van drie maanden nadat het aanslagbiljet is verzonden, kan de heffingsplichtige beroep aantekenen bij de Vlaamse Belastingdienst. Dat beroep vermeldt, op straffe van nietigheid, de naam van de heffingsplichtige, het kohiernummer, het heffingsjaar en de motieven van het beroep. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten van dat administratief beroep.
De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld en ze vermeldt de wijze waarop ertegen in rechte kan worden getreden. De beslissing is onherroepelijk als er geen vordering bij de rechtbank van eerste aanleg is ingesteld binnen de termijn, vermeld in artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3

Als er door deze titel niet van wordt van afgeweken, zijn op deze heffing de bepalingen van titel III van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 van overeenkomstige toepassing.