Art. 4.3.3.
In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, [opheft], of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier [of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier], treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. [De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.]