Hoofdstuk V.
De organisatie van het integraal waterbeleid


Afdeling I.
Het stroomgebiedsdistrict


Art. 1.5.1.1.

§1. De Vlaamse Regering neemt de passende initiatieven die erop gericht zijn dat voor de internationale stroomgebiedsdistricten van de Schelde en de Maas lichamen die worden aangewezen als bevoegd orgaan voor de coördinatie van het waterbeleid binnen die stroomgebiedsdistricten, binnen de termijnen, vermeld in artikel 1.6.2.2, §1, een stroomgebiedbeheerplan kunnen opstellen voor het volledige stroomgebiedsdistrict, en dat het plan overeenkomstig de termijnen, vermeld in artikel 1.6.2.2, §2, wordt getoetst en herzien.

§2. Als het niet mogelijk blijkt om binnen de termijnen, vermeld in artikel 1.6.2.2, een stroomgebiedbeheerplan vast te stellen voor het volledige internationale stroomgebiedsdistrict, stelt de Vlaamse Regering in elk geval voor elk van de op het Vlaamse grondgebied liggende delen van de internationale stroomgebiedsdistricten een stroomgebiedbeheerplan vast, overeenkomstig afdeling II van hoofdstuk VI. De Vlaamse Regering doet hetzelfde voor de gebieden die geen internationaal stroomgebiedsdistrict zijn.


Art. 1.5.1.2. De Vlaamse Regering en de door haar aangewezen openbare diensten en agentschappen alsmede de bekkenbesturen, verlenen hun medewerking aan de opstelling van het stroomgebiedbeheerplan waarin de doelstellingen voor het desbetreffende internationale stroomgebiedsdistrict nader worden bepaald en waarin de maatregelen, vereist voor het realiseren van die doelstellingen, overeenkomstig de Kaderrichtlijn Water worden omschreven.

Afdeling II.
Het Vlaamse Gewest


Art. 1.5.2.1.

§1. De Vlaamse Regering wijst de minister aan die belast is met de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid.

§2. De Vlaamse Regering bepaalt de krachtlijnen van het integraal waterbeleid.

Daartoe stelt de Vlaamse Regering een waterbeleidsnota vast.


Art. 1.5.2.2.

§1. De Vlaamse Regering stelt een Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, afgekort CIW, in. De CIW is multidisciplinair en beleidsdomeinoverschrijdend samengesteld.

§2. De CIW staat op het niveau van het Vlaamse Gewest in voor de voorbereiding, de planning, de controle en de opvolging van het integraal waterbeleid, waakt over de uniforme aanpak van de bekkenwerking en is belast met de uitvoering van de beslissingen van de Vlaamse Regering inzake integraal waterbeleid.

§3. De Vlaamse Milieumaatschappij verzekert het secretariaat en de ondersteuning van de planningscel van de CIW. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de CIW.


Afdeling III.
Het bekkenniveau


Art. 1.5.3.1.

Per bekken wordt een bekkenbestuur en een bekkenraad opgericht.

Het bekkenbestuur richt een bekkensecretariaat op.

Het Vlaamse Gewest stelt per bekken de nodige middelen en het nodige personeel ter beschikking voor de werking van het bekkenbestuur, van het bekkensecretariaat en van de bekkenraad.

Elke provincie, die op basis van haar ligging in een bepaald bekken een wezenlijk deel uitmaakt van dat bekken, stelt ten minste een personeelslid ter beschikking van het bekkensecretariaat en dit ten laste van de eigen begroting.

De Vlaamse minister, belast met de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid, wijst op voordracht van de CIW, per bekken een bekkencoördinator aan. De bekkencoördinator is de secretaris van de algemene bekkenvergadering en het bekkenbureau.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de werking van het bekkenbestuur, met inbegrip van de regels voor het aanwezigheidsquorum. Het bekkenbestuur beslist in beginsel bij consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, kan de Vlaamse Regering in een bijzondere meerderheid voorzien voor het bekkenbestuur.


Art. 1.5.3.2.

1. In het bekkenbestuur zetelen minstens:
1° een vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest, die wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, zoals bedoeld in artikel 6, §1, II, 1°, en 4°, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
2° een vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest, die wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, zoals bedoeld in artikel 6, §1, III, 2°, 8°, 9° en 10°, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
3° twee vertegenwoordigers van het Vlaamse Gewest, die worden aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken en het verkeer, zoals bedoeld in artikel 6, §1, X, 2°, 3° en 5°, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
4° een vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest, die wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 6, §1, I, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
5° een vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest, die wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, zoals bedoeld in artikel 6, §1, V, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
6° een vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest, die wordt aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, zoals bedoeld in artikel 6, §1, VI, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980;
7° een provinciaal mandataris van elke provincie waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken;
8° een gemeentelijk mandataris van elke gemeente waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken;
9° een mandataris van elke polder waarvan het ambtsgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken;
10° een mandataris van elke watering waarvan het ambtsgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken;
11° een vertegenwoordiger van elk havenbedrijf waarvan het ambtsgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken.

Het bekkenbestuur wordt voorgezeten door de gouverneur van de provincie waarvan het grondgebied deel uitmaakt van het bekken. Als het grondgebied van meerdere provincies deel uitmaakt van hetzelfde bekken, wordt het voorzitterschap waargenomen door de provinciegouverneur die in onderlinge overeenstemming wordt aangewezen.

De aangewezen provinciegouverneur is belast met het overleg en de samenwerking met de besturen van naburige staten of gewesten, die bevoegd zijn voor het waterbeheer, met het oog op de afstemming van de aspecten van het waterbeheer van regionaal belang.

§2. Het bekkenbestuur heeft tot taak:
1° het bekkensecretariaat te organiseren en aan te sturen;
2° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het stroomgebiedbeheerplan goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht en met de resultaten van het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 1.6.2.5, binnen een termijn van 90 dagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek en uiterlijk vier maanden voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft;
3° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van een wateruitvoeringsprogramma goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht;
4° advies te verlenen over de waterbeleidsnota en de documenten vermeld in artikel 1.6.2.5, §1;
5° advies te verlenen over het ontwerp van zoneringsplan, vermeld in artikel 9, §3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
6° advies te verlenen over:
a) ontwerpen van investeringsprogramma's met een rechtstreekse invloed op de watersystemen;
b) ontwerpen van investeringsprogramma's over openbare rioleringen en groot- en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;
7° het voorstellen van een adequate bevoegdheidsverdeling van de waterwegen en de onbevaarbare waterlopen om een meer geïntegreerd, logisch samenhangend en efficiënter beheer te realiseren;
8° indien gewenst, de toelichting en/of bespreking van belangrijke projecten of intenties binnen het bekken te agenderen.

De Vlaamse Regering kan de programma's, vermeld in punt 6°, a), nader omschrijven.


Art. 1.5.3.3.

§1. Het bekkensecretariaat bestaat minstens uit het personeel dat door het Vlaamse Gewest ter beschikking wordt gesteld van het bekkenbestuur en uit afgevaardigden van de bij het integraal waterbeleid in het desbetreffende bekken betrokken besturen, diensten en agentschappen en de voor afvalwater bevoegde maatschappijen.

§2. Het bekkensecretariaat is in het bijzonder belast met:
1° het voorbereiden van het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het stroomgebiedbeheerplan;
2° het voorbereiden van het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het wateruitvoeringsprogramma;
3° het meewerken aan de organisatie van het openbaar onderzoek met betrekking tot het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan;
4° het garanderen en organiseren van gebiedsgericht en thematisch overleg en de samenwerking met de provincies, gemeenten, havenbedrijven, polders en wateringen waarvan het grondgebied respectievelijk ambtsgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken en andere belanghebbende diensten en agentschappen die afhangen van de Vlaamse overheid. Daartoe organiseert het bekkensecretariaat, al dan niet op vraag van een lid van het bekkenbestuur, een overleg over specifieke knelpunten of acties die belang hebben voor de betrokken actoren;
5° advies te verlenen over:
a) ontwerpen van technische plannen met een rechtstreekse invloed op de watersystemen;
b) ontwerpen van technische plannen over openbare rioleringen en groot- en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties en daarover te rapporteren aan het bekkenbestuur;
6° alle andere taken die door het bekkenbestuur worden opgedragen.

De Vlaamse Regering kan de plannen, vermeld in punt 5°, nader omschrijven.


Art. 1.5.3.4.

§1. De bekkenraad bestaat uit vertegenwoordigers van de onderscheiden maatschappelijke belangengroepen die betrokken zijn bij het integraal waterbeleid.

De vergaderingen zijn openbaar.

De Vlaamse Regering bepaalt het aantal leden, alsook de wijze van voordracht en benoeming van de leden en de nadere regels voor de werking van de bekkenraad.

§2. De bekkenraad brengt advies uit over:
1° de documenten vermeld in artikel 1.6.2.5, §1, en artikel 1.7.4.4;
2° alle andere onderwerpen die worden voorgelegd door de CIW, het bekkensecretariaat, of het bekkenbestuur.

§3. De bekkenraad kan op eigen initiatief advies uitbrengen over de planning en uitvoering van het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het stroomgebiedbeheerplan en alle overige aspecten van integraal waterbeleid.