Afdeling II.
Stroomgebiedbeheerplannen


Art. 1.6.2.1. De Vlaamse Regering stelt voor elk stroomgebiedsdistrict overeenkomstig artikel 1.5.1.1 een stroomgebiedbeheerplan vast.

Art. 1.6.2.2.

§1. De stroomgebiedbeheerplannen worden uiterlijk 22 december 2009 voor het eerst vastgesteld en bekendgemaakt.

Uiterlijk op 22 december 2015 worden voor elk stroomgebiedsdistrict, als onderdeel van het stroomgebiedbeheerplan, overstromingsrisicobeheerbepalingen opgenomen, als vermeld in artikel 1.6.2.5, §1.

Overstromingsrisicobeheerplannen die vóór 22 december 2010 werden voltooid kunnen gebruikt worden, mits de inhoud van deze plannen gelijkwaardig is aan punten 1.2, 2.3, 3.4, 4.1 en 4.2, van bijlage 1, en de maatregelen, vermeld in punt 6 van bijlage 2, voldoen aan artikel 1.2.3, 12°, en mits de maatregelen de bedoeling hebben de overstromingsrisicobeheerdoelstellingen te verwezenlijken.

§2. Deze stroomgebiedbeheerplannen worden vervolgens om de zes jaar getoetst en zo nodig herzien overeenkomstig de regels voor de opmaak ervan. Bij de toetsing en herziening van de stroomgebiedbeheerplannen wordt rekening gehouden met het vermoedelijke effect van de klimaatverandering, onder meer op het plaatsvinden van overstromingen.

De plannen blijven in ieder geval van kracht tot de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen zijn bekendgemaakt.


Art. 1.6.2.3.

§1. Het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan wordt voorbereid door de CIW.

§2. De diensten en agentschappen die afhangen van het Vlaamse Gewest, de besturen, de bekkensecretariaten, alsook de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut, stellen op eenvoudig verzoek van de CIW, alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het opstellen van de stroomgebiedbeheerplannen ter beschikking van de CIW. De CIW zorgt voor de verdere doorstroming van de relevante informatie naar de bekkensecretariaten.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder deze informatie ter beschikking wordt gesteld.


Art. 1.6.2.4.

§1. Het stroomgebiedbeheerplan bepaalt de hoofdlijnen van het integraal waterbeleid voor het desbetreffende stroomgebiedsdistrict, met inbegrip van de voorgenomen maatregelen en acties, middelen en termijnen die worden bepaald om de doelstellingen ervan te bereiken.

Het bevat minstens de gegevens, vermeld in bijlage 1. De overstromingsrisicobeheer-bepalingen zijn opgenomen in punt 1.4, 1.5, 4.3, 6.2 en 7, van bijlage 1, en in punt 6 van bijlage 2.

Er worden tevens bekkenspecifieke en grondwatersysteemspecifieke delen opgemaakt, die minstens de gegevens, vermeld in bijlage 3, bevatten.

Bovendien worden de stroomgebiedbeheerplannen zo opgesteld, en verlopen de besluitvormingsprocedures op zo een wijze dat ze voldoen aan de essentiële kenmerken van de milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.1.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie voor de opmaak van dat plan, met inbegrip van het verder uitwerken van het integratiespoor voor het plan-MER, zoals bedoeld in artikel 4.2.4 van het voornoemde decreet van 5 april 1995.

§2. De Vlaamse Regering duidt de onderdelen van de stroomgebiedbeheerplannen aan die bindend zijn voor de diensten en agentschappen die afhangen van het Vlaamse Gewest, de besturen, alsook de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest zijn belast met taken van openbaar nut.

Behoudens in het geval, bedoeld in §3, tweede en derde lid, kan van het bindende gedeelte van de stroomgebiedbeheerplannen niet in minder strenge zin worden afgeweken.

§3. Indien de realisatie van het bindende gedeelte van de stroomgebiedbeheerplannen de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg vereist, dan wordt uiterlijk binnen de twee jaar na het van kracht worden van het stroomgebiedbeheerplan, het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan verstuurd naar de bestendige deputatie van de betrokken provincie of provincies, de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten en de door de Vlaamse Regering aangewezen adviserende instellingen en administraties.

Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, de ruimtelijke uitvoeringsplannen of plannen van aanleg zoals bedoeld in het eerste lid, kunnen slechts afwijken van de bindende bepalingen van de stroomgebiedbeheerplannen op basis van een gemotiveerde en gelijktijdige afweging van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten, op basis van het verslag van de plenaire vergadering of op basis van de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen, of de adviezen, uitgebracht door de aangeduide administraties en overheden, of het advies van de bevoegde commissies voor ruimtelijke ordening. In dat geval wordt bij de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, de ruimtelijke uitvoeringsplannen of plannen van aanleg, het stroomgebiedbeheerplan onverwijld terug aangepast door de CIW.

Het stroomgebiedbeheerplan kan tevens de opmaak van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg noodzakelijk maken. Indien in dat geval wordt afgeweken van de bindende bepalingen van het stroomgebiedbeheerplan, is het voorgaande lid van overeenkomstige toepassing.

De aangepaste stroomgebiedbeheerplannen worden door de Vlaamse Regering vastgesteld, bekendgemaakt, ter inzage gelegd en ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 1.6.2.6.


Art. 1.6.2.5.

§1. Tijdens de opmaak van het stroomgebiedbeheerplan worden ten minste volgende documenten bekendgemaakt aan het publiek:
1° minstens drie jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: een tijdschema en werkprogramma voor de opstelling en, in voorkomend geval, de bijstelling van de stroomgebiedbeheerplannen, met inbegrip van de te nemen raadplegingsmaatregelen;
2° minstens twee jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: een tussentijds overzicht van de belangrijkste waterbeheerkwesties die zijn vastgesteld in het stroomgebied;
3° minstens een jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan, met het plan-MER als dat van toepassing is.

§2. De in §1 bedoelde documenten worden gedurende ten minste zes maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten waarvan het grondgebied geheel of ten dele worden bestreken door de stroomgebiedbeheerplannen.

Iedereen kan gedurende die termijn zijn schriftelijke opmerkingen indienen bij de colleges van burgemeester en schepenen. Daarnaast kunnen opmerkingen rechtstreeks en bij voorkeur digitaal aan de CIW worden bezorgd.

Op verzoek wordt inzage gegeven in de achtergronddocumentatie en informatie die werd gebruikt bij de voorbereiding van het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan.

§3. De documenten, vermeld in paragraaf 1, worden tegelijkertijd bezorgd aan de onderstaande strategische adviesraden die binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, een advies uitbrengen:
1° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) ;
2° de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) ;
3° de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV) .

De adviesraden zenden hun advies aan de CIW.

Als het advies niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, is verleend, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

§4. De CIW maakt bekend dat de documenten, vermeld in paragraaf 1, ter inzage worden gelegd.

§5. De gemeente verstuurt uiterlijk de tiende werkdag na het openbaar onderzoek de door haar ontvangen schriftelijke opmerkingen aan de CIW.

§6. De CIW bundelt, coördineert en onderzoekt na ontvangst ervan de ingebrachte opmerkingen en adviezen, in samenwerking met de bekkenbesturen die instaan voor het onderzoek en de coördinatie van de verwerking van de ingebrachte opmerkingen en adviezen over de bekkenspecifieke delen; stemt de stroomgebiedbeheerplannen, inclusief de ontwerpen van bekkenspecifieke delen, onderling op elkaar af; maakt een definitief ontwerp van stroomgebiedbeheerplan op en legt dat ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering uiterlijk drie maanden voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft.

De Vlaamse Regering kan nadere regels voor het openbaar onderzoek vaststellen.


Art. 1.6.2.6. De door de Vlaamse Regering vastgestelde stroomgebiedbeheerplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en worden door de CIW digitaal ter beschikking gesteld.