Art. 1.6.2.5.

§1. Tijdens de opmaak van het stroomgebiedbeheerplan worden ten minste volgende documenten bekendgemaakt aan het publiek:
1° minstens drie jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: een tijdschema en werkprogramma voor de opstelling en, in voorkomend geval, de bijstelling van de stroomgebiedbeheerplannen, met inbegrip van de te nemen raadplegingsmaatregelen;
2° minstens twee jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: een tussentijds overzicht van de belangrijkste waterbeheerkwesties die zijn vastgesteld in het stroomgebied;
3° minstens een jaar voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft: het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan, met het plan-MER als dat van toepassing is.

§2. De in §1 bedoelde documenten worden gedurende ten minste zes maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten waarvan het grondgebied geheel of ten dele worden bestreken door de stroomgebiedbeheerplannen.

Iedereen kan gedurende die termijn zijn schriftelijke opmerkingen indienen bij de colleges van burgemeester en schepenen. Daarnaast kunnen opmerkingen rechtstreeks en bij voorkeur digitaal aan de CIW worden bezorgd.

Op verzoek wordt inzage gegeven in de achtergronddocumentatie en informatie die werd gebruikt bij de voorbereiding van het ontwerp van stroomgebiedbeheerplan.

§3. De documenten, vermeld in paragraaf 1, worden tegelijkertijd bezorgd aan de onderstaande strategische adviesraden die binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, een advies uitbrengen:
1° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) ;
2° de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) ;
3° de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV) .

De adviesraden zenden hun advies aan de CIW.

Als het advies niet binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, is verleend, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

§4. De CIW maakt bekend dat de documenten, vermeld in paragraaf 1, ter inzage worden gelegd.

§5. De gemeente verstuurt uiterlijk de tiende werkdag na het openbaar onderzoek de door haar ontvangen schriftelijke opmerkingen aan de CIW.

§6. De CIW bundelt, coördineert en onderzoekt na ontvangst ervan de ingebrachte opmerkingen en adviezen, in samenwerking met de bekkenbesturen die instaan voor het onderzoek en de coördinatie van de verwerking van de ingebrachte opmerkingen en adviezen over de bekkenspecifieke delen; stemt de stroomgebiedbeheerplannen, inclusief de ontwerpen van bekkenspecifieke delen, onderling op elkaar af; maakt een definitief ontwerp van stroomgebiedbeheerplan op en legt dat ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering uiterlijk drie maanden voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft.

De Vlaamse Regering kan nadere regels voor het openbaar onderzoek vaststellen.