Onderafdeling I.
Vaststellen en bereiken van de milieudoelstellingen


Art. 1.7.2.1.1.

§1. De Vlaamse Regering stelt milieudoelstellingen voor oppervlaktewater, grondwater en waterbodems vast door middel van milieukwaliteitsnormen of milieukwantiteitsdoelstellingen. De milieukwaliteitsnormen worden vast gesteld overeenkomstig het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De milieukwaliteitsnormen voor waterbodems en de milieukwantiteitsdoelstellingen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 2.2.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Ze houdt bij het vaststellen en bereiken van de milieudoelstellingen rekening met de strengere normen die vastgesteld zijn overeenkomstig andere specifieke regelgeving.

§2. De milieudoelstellingen die uiterlijk tegen 22 december 2015 moeten worden bereikt, hebben betrekking op:
1° voor oppervlaktewater:
a) de goede chemische toestand;
b) de goede of zeer goede ecologische toestand;
2° voor grondwater:
a) de goede chemische toestand;
b) de goede kwantitatieve toestand;
3° voor kunstmatige of sterk veranderde waterlichamen:
a) de goede chemische toestand;
b) het goed of maximaal ecologisch potentieel.

De milieudoelstellingen die uiterlijk tegen 22 december 2021 moeten worden bereikt, hebben betrekking op:

1° voor oppervlaktewater:
a) minstens een goede kwantitatieve toestand;
b) de goede chemische toestand ten aanzien van de vanaf 22 december 2015 herziene normen voor antraceen, gebromeerde difenylethers, fluorantheen, lood en loodverbindingen, naftaleen, nikkel en nikkelverbindingen en de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
c) de goede ecologische toestand ten aanzien van de bestaande normen die herzien zullen worden ter uitvoering van artikel 2.3.1.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

De milieudoelstellingen die uiterlijk tegen 22 december 2027 moeten worden bereikt, hebben betrekking op:
1° voor oppervlaktewater:
a) de goede chemische toestand ten aanzien van de nieuwe normen, van kracht vanaf 22 december 2018, voor dicofol, perfluoroctaansulfonzuur en zijn derivaten, quinoxyfen, dioxinen en dioxineachtige verbindingen, aclonifen, bifenox, cybutryne, cypermethrin, dichloorvos, hexabroomcyclododecaan, heptachloor en heptachloor-epoxide en terbutryn, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1. bij titel II van VLAREM;
b) de goede ecologische toestand ten aanzien van de nieuwe stoffen die ingevoegd zullen worden ter uitvoering van artikel 2.3.1.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

§3. Behoudens de in de artikelen 1.7.2.5.1 tot 1.7.2.5.5 bedoelde gevallen, dient bij het realiseren van de milieudoelstellingen minstens de goede toestand van het oppervlaktewater en het grondwater of het goede ecologisch potentieel van kunstmatige of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen, en indien mogelijk, de zeer goede ecologische toestand of het maximale ecologisch potentieel van kunstmatige of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen, te worden bereikt.

§4. Behoudens de in artikel 1.7.2.5.3 en artikel 1.7.2.5.4, §§2 en 3, bedoelde gevallen, mag de bestaande toestand van het oppervlaktewater en het grondwater in geen geval achteruitgaan.

§5. De milieukwantiteitsdoelstellingen voor oppervlaktewater omvatten onder meer de overstromingsrisicobeheerdoelstellingen. Bij het vaststellen van de overstromingsrisicobeheerdoelstellingen wordt aandacht besteed aan:
1° de vermindering van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen buiten de afgebakende overstromingsgebieden voor:
a) de gezondheid van de mens;
b) het milieu;
c) het cultureel erfgoed;
d) de economische bedrijvigheid;
e) de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur;
2° indien noodzakelijk, de niet-structurele initiatieven of maatregelen ter vermindering van de kans op overstromingen.