Onderafdeling III.
Aanduiding van kunstmatige of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen


Art. 1.7.2.3.1.

Met het oog op het vaststellen van de milieudoelstellingen kan de Vlaamse Regering oppervlaktewaterlichamen als kunstmatig of sterk veranderd aanduiden als:
1 de voor het bereiken van de goede ecologische toestand noodzakelijke wijzigingen van de hydromorfologische kenmerken een betekenisvol nadelig effect zouden hebben op:
a) het milieu;
b) activiteiten van groot maatschappelijk belang met betrekking tot de scheepvaart, havenfaciliteiten, openbare voorzieningen voor water bestemd voor menselijke consumptie of hernieuwbare energieopwekking;
c) overstromingsrisicobeheerdoelstellingen irrigatie, waterhuishouding of afwatering.
2 het doel dat door de kunstmatige of veranderde aard van het oppervlaktewaterlichaam wordt gediend, niet kan worden bereikt met andere voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen, omdat dit technisch niet haalbaar is of onevenredig hoge kosten zou meebrengen.

De aanduiding wordt overeenkomstig artikel 1.7.3.2 om de zes jaar getoetst en zonodig herzien.