Afdeling III.
Analyses en beoordelingen


Art. 1.7.3.1.

§1. De Vlaamse Regering zorgt ervoor dat voor elk stroomgebiedsdistrict de volgende analyses en beoordelingen worden uitgevoerd:
1° de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict:
a) voor oppervlaktewateren:
1) het vaststellen van de ligging en de grenzen van de oppervlaktewaterlichamen;
2) het indelen van de oppervlaktewaterlichamen in de categorieën rivieren, meren en overgangswateren;
3) het aanduiden van oppervlaktewaterlichamen als kunstmatige of sterk veranderde waterlichamen en het indelen van deze in de categorieën rivieren, meren en overgangswateren;
4) het voor elke categorie onderscheiden van de oppervlaktewaterlichamen in typen;
5) het bepalen van de referentieomstandigheden voor de typen oppervlaktewaterlichamen;
b) voor grondwater:
1) de ligging en de grenzen van de grondwaterlichamen;
2) de karakterisering van de grondwaterlichamen;
2° een beoordeling van de effecten van menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater;
3° een economische analyse van het watergebruik, die voldoende gedetailleerde informatie bevat voor:
a)
de relevante berekeningen die nodig zijn om rekening te houden met het kostenterugwinningsbeginsel.
Dit impliceert:
1) langetermijnvoorspellingen van vraag en aanbod naar water in het stroomgebiedsdistrict;
2) waar nodig ramingen van volume, prijzen en kosten voor waterdiensten, en ramingen van relevante investeringen, inclusief voorspellingen van dergelijke investeringen;
b) een oordeel over de meest kosteneffectieve combinatie van maatregelen op het gebied van watergebruik, gebaseerd op ramingen van de potentiële kosten van dergelijke maatregelen.

Bij het maken van de in het eerste lid, 3°, bedoelde economische analyse van het watergebruik wordt rekening gehouden met de kosten voor het verzamelen van de relevante gegevens.

§2. De Vlaamse Regering zorgt er voor dat er een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling opgemaakt wordt die gebaseerd wordt op beschikbare of gemakkelijk af te leiden informatie, zoals registraties en onderzoeken naar ontwikkelingen op de lange termijn, in het bijzonder de gevolgen van klimaatverandering voor het optreden van overstromingen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt opgesteld ter beoordeling van mogelijke risico's. De beoordeling bevat de in bijlage 1, onder punt 1.2.1 vermelde elementen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt uiterlijk op 22 december 2011 voltooid.

Op basis van een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt voor ieder stroomgebiedsdistrict, stroomgebied, of voor het deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict zoals bepaald in artikelen 1.4.1.1 en 1.4.1.2 van dit decreet, de gebieden vastgesteld waarvoor geconcludeerd wordt dat een potentieel significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht.

De vaststelling van de gebieden waarvoor een potentieel significant overstromingsrisico bestaat in een internationaal stroomgebiedsdistrict wordt tussen de betrokken lidstaten gecoördineerd.

De Vlaamse Regering kan beslissen om geen voorlopige overstromingsrisicobeoordeling te verrichten voor stroomgebieden, deelstroomgebieden of kustgebieden wanneer zij met betrekking tot die gebieden:
a) ofwel al vóór 22 december 2010 middels een risicobeoordeling hebben vastgesteld dat daar een potentieel significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht, en zij deze bijgevolg hebben ingedeeld bij de gebieden waarvoor zij concluderen dat een potentieel significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht;
b) ofwel al vóór 22 december 2010 hebben besloten overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten op te stellen en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van dit decreet overstromingsrisicobeheerplannen op te stellen.

De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling of de in §2, lid 4, bedoelde beoordeling en beslissingen wordt uiterlijk op 22 december 2018 en daarna om de zes jaar getoetst en zo nodig bijgesteld.

Bij deze toetsing en bijstelling wordt rekening gehouden met het vermoedelijke effect van de klimaatverandering op het plaatsvinden van overstromingen. De voorlopige risicobeoordeling wordt ter beschikking van het publiek gesteld.

§3. De Vlaamse Regering zorgt ervoor dat voor elk stroomgebiedsdistrict, voor die gebieden waarvoor zij concludeert dat er een potentieel significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht, op de meest geschikte schaal, de volgende kaarten worden opgemaakt:
1° overstromingsgevaarkaarten:
a) overstromingsgevaarkaarten hebben betrekking op de geografische gebieden die volgens de volgende scenario's kunnen worden overstroomd:
1) kleine kans op overstromingen of scenario's van buitengewone gebeurtenissen;
2) middelgrote kans op overstromingen, met een kans op herhaling => 100 jaar;
3) grote kans op overstromingen, indien van toepassing;
b) voor elk van de scenario's, vermeld in punt a) , worden de volgende gegevens vermeld:
1) de omvang van de overstroming;
2) de waterdiepte of, indien van toepassing, het waterniveau;
3) de stroomsnelheid of het betrokken waterdebiet, indien van toepassing;
c) voor gebieden waar overstroming door grondwater wordt veroorzaakt, kan de Vlaamse Regering besluiten om de overstromingsgevaarkaarten uitsluitend op te stellen met betrekking tot het scenario, vermeld in punt a) , 1) ;
d) voor kustgebieden waar een passend beschermingsniveau wordt geboden, kan de Vlaamse Regering besluiten om de overstromingsgevaarkaarten uitsluitend op te stellen met betrekking tot het scenario, vermeld in punt a) , 1) ;
2° overstromingsrisicokaarten: overstromingsrisicokaarten moeten aan de hand van de volgende gegevens een beeld geven van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen in de scenario's, vermeld in punt 1°, a) ;
a) het indicatieve aantal potentieel getroffen inwoners;
b) het type economische bedrijvigheid van het potentieel getroffen gebied;
c) de GPBV-installaties, aangewezen in de indelingslijst, vermeld in artikel 7.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, die in geval van overstroming voor incidentele verontreiniging kunnen zorgen en de overeenkomstig artikel 1.7.6.1, tweede lid, 1°, 3° en 5°, aangeduide beschermde gebieden die potentieel getroffen kunnen zijn;
d) andere informatie die de Vlaamse Regering nuttig acht, zoals de vermelding van gebieden waar overstromingen met een groot gehalte aan vervoerde sedimenten alsook puinstromen kunnen voorkomen, alsmede informatie over andere belangrijke bronnen van vervuiling.

§4. De overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten die voor 22 december 2010 werden voltooid, kunnen gebruikt worden als met die kaarten het informatieniveau wordt geboden dat in overeenstemming is met de vereisten, vermeld in artikel 1.7.3.1, §3.


Art. 1.7.3.2.

§1. De analyses en beoordelingen, vermeld in artikel 1.7.3.1, §1, zijn uiterlijk op 22 december 2004 uitgevoerd.

Ze worden voor het eerst uiterlijk op 22 december 2013 en vervolgens om de zes jaar getoetst en zo nodig herzien.

§2. De kaarten, vermeld in artikel 1.7.3.1, §3, zijn uiterlijk op 22 december 2013 voltooid. Ze worden voor het eerst uiterlijk op 22 december 2019 en vervolgens om de zes jaar getoetst en zo nodig herzien. De kaarten worden ter beschikking van het publiek gesteld.

§3. Bij de toetsingen en herzieningen, vermeld in §2, wordt rekening gehouden met het vermoedelijke effect van de klimaatverandering op het plaatsvinden van overstromingen.


Art. 1.7.3.3.

Personen die ingevolge hun ambt of in opdracht van de overheid werken aan de uitvoering van de in artikel 1.7.3.1 bedoelde analyses en beoordelingen, mogen voor de uitoefening van hun opdracht onroerende goederen betreden, met uitzondering van woningen en gebouwen, bestemd voor privé- of bedrijfsactiviteiten, om er de noodzakelijke opmetingen en onderzoekingen te verrichten. Zij dienen zich daarbij steeds te legitimeren en moeten in staat zijn bewijs te leveren van hun opdracht.

Voor de uitvoering van deze analyses en beoordelingen kunnen de noodzakelijke meetinstallaties en de eventueel bijbehorende nutsleidingen bij wijze van erfdienstbaarheid van openbaar nut worden aangebracht.

De in het eerste lid bedoelde personen mogen bij de uitoefening van hun opdracht de bijstand van de politie vorderen.


Art. 1.7.3.4. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de inhoud en de uitvoering van de analyses en beoordelingen.