Art. 1.7.5.2.

De programma's bevatten:
1 voor oppervlaktewater:
a) de chemische toestand;
b) de kwantitatieve toestand;
c) de mate waarin het oppervlaktewater aan erosie onderhevig is;
d) de aanvoer en afzetting van sedimenten;
e) de ecologische toestand en het ecologisch potentieel;
2 voor grondwater:
a) de chemische toestand;
b) de kwantitatieve toestand van het grondwater.

Voor de beschermde gebieden worden de programma's aangevuld met de bijzondere voorschriften van de communautaire wetgeving op grond waarvan de beschermde gebieden zijn ingesteld.