Art. 2.1.2.

In deze titel wordt verstaan onder:
aansluiting: de koppeling met het openbaar waterdistributienetwerk waardoor water, bestemd voor menselijke consumptie, kan worden afgenomen;
abonnee: elke persoon die een recht heeft ten aanzien van een onroerend goed, dat aangesloten is op een openbaar waterdistributienetwerk en aan wie de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk via dit waterdistributienetwerk water levert;
aftakking: het geheel van leidingen en apparatuur, gebruikt voor de watervoorziening van een onroerend goed, inclusief de watermeter, dat door de exploitant wordt aangelegd vanaf de distributieleiding tot aan een binneninstallatie;
bovengemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake sanering die op het Vlaams Gewest rust;
collectieve sanering: de sanering op gemeentelijk vlak uitgezonderd de individuele sanering;
distributiegebied: gebied waarin door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk via leidingen van het openbaar waterdistributienetwerk, aan abonnees water bestemd voor menselijke consumptie of tweedecircuitwater wordt geleverd;
ecologisch toezichthouder: de instantie van de Vlaamse Milieumaatschappij die als opdracht heeft om de taken van ecologisch toezicht uit te voeren zoals vermeld in artikel 10.2.3, §1, tweede lid, 8° van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
economische toezichthouder: de entiteit van de Vlaamse Milieumaatschappij die als opdracht heeft om de taken van economisch toezicht uit te voeren zoals vermeld in artikel 10.2.3, §1, tweede lid, 8° van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk: de gemeente, de gemeentelijke regie, de intercommunale, de Vlaamse openbare instelling en alle andere exploitanten die een openbaar waterdistributienetwerk via leidingen beheren;
10° fraude: het oneigenlijke gebruik van het openbaar waterdistributienetwerk, waardoor water, bestemd voor menselijke consumptie onrechtmatig kan worden afgenomen dat niet geregistreerd wordt door de watermeter of waarvan de correcte registratie van het verbruik door kunstgrepen verhinderd wordt;
11° gebruiker van een private waterwinning: de persoon die een private waterwinning voor water, bestemd voor menselijke aanwending, in gebruik heeft;
12° gemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake collectieve sanering die op de gemeenten rust. Indien de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit eveneens instaat voor de bouw of exploitatie van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, maakt ook deze individuele sanering een integraal onderdeel uit van de gemeentelijke saneringsverplichting;
13° grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet: de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet bevindt zich stroomafwaarts onmiddellijk na de watermeter of, indien een gedeelte van het leidingnet voor de watermeter eigendom is van de abonnee, op het punt waar het eigendomsrecht van de abonnee op het leidingnet aanvangt;
14° grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat;
15° grondwaterwinning: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken;
16° huishoudelijke abonnee: een abonnee die het door de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk geleverde water uitsluitend gebruikt om te voorzien in de huishoudelijke behoeften van gedomicilieerde personen in het desbetreffende onroerend goed waarop hij een recht heeft. Het betreft een van de volgende personen:
a)
een natuurlijk persoon, behalve in het geval van een onderneming als vermeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht;
b)
een vereniging van mede-eigenaars;
17° huishoudelijk leidingnet: de kranen en de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die gewoonlijk aangewend worden voor menselijke consumptie en het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en die niet vallen onder de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde verantwoordelijkheid van de waterleverancier;
18° individuele sanering: alle installaties, met inbegrip van de leidingen die hiermee rechtstreeks in verbinding staan en die de verbinding maken tussen de installatie en het eigendom van de abonnee of gebruiker van een private waterwinning, waar uitsluitend huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meerdere woongelegenheden gezuiverd wordt en die de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit heeft gebouwd of exploiteert;
19° inrichting: de plaatsen waar oppervlaktewater, grondwater of ander water onttrokken, opgestuwd, opgeslagen of behandeld wordt tot water bestemd voor menselijke consumptie, ongeacht de herkomst van het water, en de plaatsen waar water bestemd voor menselijke consumptie in het openbaar of privaat waterdistributienetwerk verdeeld wordt;
20°
leveringsgebied: een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het water bestemd voor menselijke consumptie afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn;
21°
openbare dienstverplichting: verplichting die betrekking heeft op sociaal-    economische, ecologische en technische aspecten van de voorziening van water bestemd voor menselijke aanwending en voor de sanering ervan;
22°
publieke gebouwen: plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek, waar het publiek van water bestemd voor menselijke consumptie wordt voorzien, onder andere waar:
a) al dan niet tegen betaling, aan het publiek diensten worden verstrekt, met inbegrip van plaatsen waar voedingsmiddelen of dranken ter consumptie aangeboden worden;
b) zieken of bejaarden worden opgevangen en verzorgd;
c) preventieve of curatieve gezondheidszorgen worden verstrekt;
d) kinderen of jongeren tot en met schoolgaande leeftijd worden opgevangen, gehuisvest of verzorgde
e) onderwijs en/of beroepsopleiding worden verstrekt;
f) vertoningen plaatsvinden;
g) tentoonstellingen worden georganiseerd;
h) sport wordt beoefend;
23° sanering: het ondernemen van alle acties nodig voor de organisatie en de uitvoering van het opvangen, transporteren, collecteren en zuiveren van het afvalwater;
24° technische hulpmiddelen: chemische producten of fysische hulpmiddelen of alle materialen die deels of geheel aangewend worden bij de bereiding van water bestemd voor menselijke consumptie;
25°
Titel II van het Vlarem: besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
26°
titularis van een private waterwinning: de persoon die een private waterwinning voor water bestemd voor menselijke aanwending in eigendom heeft;
27°
toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving: de toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving, vermeld in artikel 12, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
28°
tweedecircuitwater: hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en gerecupereerd afvalwater dat niet bestemd is voor menselijke consumptie en apparatuur bevoorraadt voor bijvoorbeeld besproeien van tuinen, WC, wasmachine of reinigen van vloeren of voor industriële of agrarische toepassingen;
29°
Vennootschap: de vennootschap zoals bedoeld in artikel 2.6.1.1.1.
30°
Vlaamse Milieumaatschappij: het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Milieumaatschappij opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten;
31°
verbruiker: de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in een onroerend goed of in een publiek gebouw
32°
water bestemd voor menselijke aanwending: het water bestemd voor menselijke consumptie, tweedecircuitwater en al het water dat aangewend wordt voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen, ongeacht de herkomst van dat water;
33°
water bestemd voor menselijke consumptie: al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding, vaat of persoonlijke hygiëne, ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een waterdistributienetwerk of via een private waterwinning, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen, met uitzondering van:
a)
natuurlijk mineraalwater dat dusdanig is erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater;
b)
water dat een geneesmiddel is;
34°
waterleverancier: hetzij de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, hetzij de titularis van een private waterwinning die verbruikers of anderen die water bestemd voor menselijke aanwending gebruiken, bevoorraadt zonder een openbaar waterdistributienetwerk te gebruiken;
35°
watermeter: het toestel dat beantwoordt aan de wetgeving op de metrologie, dat eigendom is van de exploitant en dat geplaatst is bij de klant om het volume van het water, geleverd door de exploitant, te registreren;
36°
wooneenheid: elke eenheid in een woongebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt: een woonruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette.