Art. 2.2.2.

§1. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de aansluiting van woningen op het openbaar waterdistributienetwerk door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied of met betrekking tot mogelijke alternatieven voor de aansluiting van een woning.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het aansluitrecht, de uitzonderingen hierop en de tariefstructuren voor water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk.

§ 1/1. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk kan beslissen om de aftakking uit te rusten met onderdelen die onder andere de volgende functionaliteiten mogelijk maken:
1° het waterverbruik op afstand opvolgen en de abonnee of de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk waarschuwen bij afwijkend waterverbruik of terugstroom;
2° het debiet op afstand opvolgen en instellen en op afstand de toegang tot het openbaar waterdistributienetwerk verlenen en onderbreken;
3° de omgevingstemperatuur meten op de plaats waar de watermeter zich bevindt en de abonnee of de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk waarschuwen als er een risico is dat de leidingen bevriezen;
4° toezicht houden op de kwaliteit van het geleverde water;
5° meten van de waterdruk ter hoogte van de aftakking.

De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk kan beslissen om naast de functionaliteiten, vermeld in het eerste lid, nog andere functionaliteiten ter beschikking te stellen.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opbouw, de onderdelen, de functionaliteiten en de financiering van de aftakking.

De functionaliteiten, vermeld in het eerste en het tweede lid, van de onderdelen van de aftakking zijn verplicht te aanvaarden door de abonnee.


§2. Bij afwezigheid van een watermeter plaatst de waterleverancier een watermeter bij nieuwe aftakkingen of bij herstellingen aan het waterdistributienetwerk ter hoogte van de bestaande aftakkingen.

Bij afwezigheid van een watermeter wordt de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet contractueel of reglementair bepaald tot op het moment dat een watermeter geplaatst wordt.

Onverminderd het eerste lid, plaatst de waterleverancier, bij afwezigheid van een watermeter, uiterlijk op 31 december 2007 een watermeter ter hoogte van de bestaande aftakkingen.

§ 2/1. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk plaatst waar technisch mogelijk, uiterlijk op 31 december 2030, een digitale watermeter in alle aftakkingen.

De digitale watermeter beschikt minstens over al de volgende functionaliteiten:
1° hij kan het volume van het geleverde water meten, tonen en registreren en de meetgegevens in de vorm van een open standaard hetzij rechtstreeks, hetzij via een portaal ter beschikking stellen van de abonnee;
2° hij kan op afstand in een of twee richtingen communiceren met de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;
3° hij maakt het mogelijk de abonnee en de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk te verwittigen bij een vermoeden van een lek in het huishoudelijk leidingnet;
4° hij maakt het mogelijk de abonnee en de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk te waarschuwen bij een vermoeden van een breuk in het huishoudelijk leidingnet;
5° hij kan een terugstroom vanuit het huishoudelijk leidingnet ten gevolge van een niet of slecht werkende terugslagklep detecteren en de abonnee of de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk daarvan verwittigen.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen of aanvullen met betrekking tot het eerste en tweede lid, die betrekking hebben op:
1° de timing en de prioritering voor de plaatsing en de financiering van een digitale watermeter;
2° de functionaliteiten van de digitale watermeter;
3° modaliteiten voor uitzonderingen op het plaatsen van een digitale watermeter.

In het belang van de abonnee stemt de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk de invulling van zijn verplichtingen in deze paragraaf maximaal af met de distributienetbeheerder voor elektriciteit en gas, aangeduid voor het gebied in kwestie. De exploitant onderzoekt daarbij minstens tegen uiterlijk 31 december 2023 hoe de datacommunicatie van gegevens afkomstig van een digitale watermeter afgestemd kan worden op de datacommunicatie van de meetgegevens en technische gegevens afkomstig van de digitale energiemeter, vermeld in artikel 4.1.22/2 tot en met 4.1.22/13 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.


§3. Behalve in de gevallen waarbij tot afsluiting wordt overgegaan, vermeld in paragraaf 6, heeft elke huishoudelijke abonnee recht op een minimale en ononderbroken levering van water voor menselijke consumptie om, volgens de geldende levensstandaard, menswaardig te kunnen leven.

De Vlaamse Regering kan, na advies van de desbetreffende sector, de minimaal te leveren hoeveelheid water vaststellen en nadere regels bepalen om die minimale levering aan te passen aan de geldende levensstandaard.

§4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het leveren van een gratis hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied.

§5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de procedure die de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk moet volgen bij wanbetaling van zijn abonnee.

De procedure voor huishoudelijke abonnees omvat minstens de volgende elementen:
1° de versturing van een herinneringsbrief en een aangetekende ingebrekestelling;
2° een voorstel tot afbetalingsplan door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;
3° de regeling voor een sociale begeleiding door het O.C.M.W. of de door de huishoudelijke abonnee gekozen erkende schuldbemiddelaar.

§ 6. De exploitant mag op zijn initiatief de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee alleen in de onderstaande gevallen en volgens de onderstaande voorwaarden begrenzen in debiet of afsluiten:
1° afsluiten bij werkzaamheden voor herstelling, vernieuwing, wijziging, verplaatsing, onderhoud of exploitatie van het openbaar waterdistributienetwerk;
2° afsluiten bij een onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, zolang die toestand duurt;
3° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar bij een bedreiging voor de volksgezondheid en de veiligheid van de watervoorziening als vermeld in artikel 2.3.2, § 4, en artikel 2.3.4, tweede lid, weigert gevolg te geven aan de geadviseerde herstelmaatregelen voor het huishoudelijk leidingnet;
4° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar niet toestemt in of zich verzet tegen de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, en de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, § 1 en § 2;
5° begrenzen in debiet of afsluiten als uit de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, blijkt dat die niet conform is;
6° afsluiten bij fraude van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar;
7° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar weigert om aan de exploitant of zijn aangestelde toegang te geven tot de ruimte waarin de watermeter is opgesteld voor de controle van de watermeter en van de aansluiting;
8° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee weigert om met de exploitant een regeling uit te werken voor de betaling van openstaande facturen of de regeling niet nakomt;
9° begrenzen in debiet of afsluiten als de verbruiker weigert om de procedures na te komen die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of een vernieuwde indienststelling van de waterlevering;
10° afsluiten bij een vermoeden dat een onroerend goed onbewoond of in onbruik is;
11° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar de verplichtingen op het vlak van bemetering die zijn bepaald ter uitvoering van paragraaf 2, weigert na te komen;
12° afsluiten als de huishoudelijke abonnee niet toestemt in of zich verzet tegen de plaatsing van een debietsbegrenzing naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie;
13° afsluiten als de exploitant vaststelt dat de huishoudelijke abonnee op een onrechtmatige wijze de begrenzing van het debiet, geplaatst naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie, heeft gemanipuleerd of heeft weggenomen.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 5° en 11°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na de ontvangst van een overeenkomstig bevel van de toezichthoudende ambtenaar.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 9°, 12° en 13°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na een overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie en conform de procedure en de voorwaarden, vermeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.

In het derde lid wordt verstaan onder lokale adviescommissie: een lokale adviescommissie als vermeld in artikel 7 van het voormelde decreet.

De Vlaamse Regering kan nadere procedures over de begrenzing van het debiet en de afsluiting van de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee bepalen.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, komen de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, niet ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de veroorzaker van de situatie van onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Als die veroorzaker niet bekend is, zijn die kosten ten laste van de exploitant.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 7° en 11°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar wanneer kan worden vastgesteld dat deze laatste verantwoordelijk is voor het niet in regel zijn.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 8°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 9°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de verbruiker. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 10°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de eigenaar.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 12° en 13°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee.

In afwijking van het zesde tot en met het twaalfde lid zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, altijd ten laste van de exploitant als blijkt dat de huishoudelijke abonnee ten onrechte is afgesloten of ten onrechte een begrenzing van het debiet kreeg opgelegd.


§7. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de gevallen bepalen waarin de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk de levering bij abonnees, andere dan huishoudelijke, kan begrenzen in debiet of afsluiten.

§8. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, nadere regels bepalen met betrekking tot de effectieve begrenzing van het debiet of afsluiting van de waterlevering bij de abonnee en de informatieverstrekking daarover aan de vermoedelijke verbruikers.