Art. 2.2.2.

§1. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de aansluiting van woningen op het openbaar waterdistributienetwerk door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied of met betrekking tot mogelijke alternatieven voor de aansluiting van een woning.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het aansluitrecht, de uitzonderingen hierop en de tariefstructuren voor water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk.

§2. Bij afwezigheid van een watermeter plaatst de waterleverancier een watermeter bij nieuwe aftakkingen of bij herstellingen aan het waterdistributienetwerk ter hoogte van de bestaande aftakkingen.

Bij afwezigheid van een watermeter wordt de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet contractueel of reglementair bepaald tot op het moment dat een watermeter geplaatst wordt.

Onverminderd het eerste lid, plaatst de waterleverancier, bij afwezigheid van een watermeter, uiterlijk op 31 december 2007 een watermeter ter hoogte van de bestaande aftakkingen.

§3. Behalve in de gevallen waarbij tot afsluiting wordt overgegaan, vermeld in paragraaf 6, heeft elke huishoudelijke abonnee recht op een minimale en ononderbroken levering van water voor menselijke consumptie om, volgens de geldende levensstandaard, menswaardig te kunnen leven.

De Vlaamse Regering kan, na advies van de desbetreffende sector, de minimaal te leveren hoeveelheid water vaststellen en nadere regels bepalen om die minimale levering aan te passen aan de geldende levensstandaard.

§4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het leveren van een gratis hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied.

§5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de procedure die de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk moet volgen bij wanbetaling van zijn abonnee.

De procedure voor huishoudelijke abonnees omvat minstens de volgende elementen:
1° de versturing van een herinneringsbrief en een aangetekende ingebrekestelling;
2° een voorstel tot afbetalingsplan door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;
3° de regeling voor een sociale begeleiding door het O.C.M.W. of de door de huishoudelijke abonnee gekozen erkende schuldbemiddelaar.

§ 6. De exploitant mag op zijn initiatief de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee alleen in de onderstaande gevallen en volgens de onderstaande voorwaarden begrenzen in debiet of afsluiten:
1° afsluiten bij werkzaamheden voor herstelling, vernieuwing, wijziging, verplaatsing, onderhoud of exploitatie van het openbaar waterdistributienetwerk;
2° afsluiten bij een onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, zolang die toestand duurt;
3° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar bij een bedreiging voor de volksgezondheid en de veiligheid van de watervoorziening als vermeld in artikel 2.3.2, § 4, en artikel 2.3.4, tweede lid, weigert gevolg te geven aan de geadviseerde herstelmaatregelen voor het huishoudelijk leidingnet;
4° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar niet toestemt in of zich verzet tegen de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, en de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, § 1 en § 2;
5° begrenzen in debiet of afsluiten als uit de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, blijkt dat die niet conform is;
6° afsluiten bij fraude van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar;
7° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar weigert om aan de exploitant of zijn aangestelde toegang te geven tot de ruimte waarin de watermeter is opgesteld voor de controle van de watermeter en van de aansluiting;
8° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee weigert om met de exploitant een regeling uit te werken voor de betaling van openstaande facturen of de regeling niet nakomt;
9° begrenzen in debiet of afsluiten als de verbruiker weigert om de procedures na te komen die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of een vernieuwde indienststelling van de waterlevering;
10° afsluiten bij een vermoeden dat een onroerend goed onbewoond of in onbruik is;
11° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar de verplichtingen op het vlak van bemetering die zijn bepaald ter uitvoering van paragraaf 2, weigert na te komen;
12° afsluiten als de huishoudelijke abonnee niet toestemt in of zich verzet tegen de plaatsing van een debietsbegrenzing naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie;
13° afsluiten als de exploitant vaststelt dat de huishoudelijke abonnee op een onrechtmatige wijze de begrenzing van het debiet, geplaatst naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie, heeft gemanipuleerd of heeft weggenomen.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 5° en 11°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na de ontvangst van een overeenkomstig bevel van de toezichthoudende ambtenaar.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 9°, 12° en 13°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na een overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie en conform de procedure en de voorwaarden, vermeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.

In het derde lid wordt verstaan onder lokale adviescommissie: een lokale adviescommissie als vermeld in artikel 7 van het voormelde decreet.

De Vlaamse Regering kan nadere procedures over de begrenzing van het debiet en de afsluiting van de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee bepalen.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, komen de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, niet ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de veroorzaker van de situatie van onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Als die veroorzaker niet bekend is, zijn die kosten ten laste van de exploitant.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 7° en 11°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar wanneer kan worden vastgesteld dat deze laatste verantwoordelijk is voor het niet in regel zijn.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 8°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 9°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de verbruiker. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.

In het geval, vermeld in het eerste lid, 10°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de eigenaar.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 12° en 13°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee.

In afwijking van het zesde tot en met het twaalfde lid zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, altijd ten laste van de exploitant als blijkt dat de huishoudelijke abonnee ten onrechte is afgesloten of ten onrechte een begrenzing van het debiet kreeg opgelegd.

§7. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de gevallen bepalen waarin de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk de levering bij abonnees, andere dan huishoudelijke, kan begrenzen in debiet of afsluiten.

§8. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, nadere regels bepalen met betrekking tot de effectieve begrenzing van het debiet of afsluiting van de waterlevering bij de abonnee en de informatieverstrekking daarover aan de vermoedelijke verbruikers.