Art. 2.3.4.

Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, ß1 en ß2, blijkt dat er een reŽel risico is dat het water aan de kranen die in het desbetreffende perceel of gebouw gewoonlijk worden aangewend voor water, bestemd voor menselijke consumptie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen, wordt de waterleverancier, voor zover hij de eigenaar of de abonnee heeft geÔnformeerd over de situatie en over de mogelijke herstelmaatregelen, geacht te hebben voldaan aan de verplichtingen die daarvoor worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Als de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geÔnformeerd, moeten in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar informeren over het reŽle risico dat niet aan de kwaliteitseisen is voldaan, en over de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen.

Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, ß1 en ß2, blijkt dat er een reŽel risico is voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk of voor de goede werking ervan door een gebrek in het huishoudelijk leidingnet, informeert de waterleverancier de eigenaar of de abonnee over de situatie, legt herstelmaatregelen op om het reŽle risico weg te nemen en legt termijnen op voor de uitvoering ervan. Indien de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geÔnformeerd, dient in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar te informeren over de situatie, de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen. De eigenaar of de abonnee voert binnen de opgelegde termijnen de opgelegde herstelmaatregelen uit aan het huishoudelijk leidingnet om het vastgestelde reŽle risico voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk of de goede werking ervan weg te nemen.