Onderafdeling 2.
De ecologisch en economisch toezichthouder


Art. 2.6.1.2.1.

§1. De economische en ecologische toezichthouder is overeenkomstig de in artikel 2.6.1.1.1., §2, eerste lid vastgestelde regels belast met de controle op de naleving door de Vennootschap van de bepalingen van de beheersovereenkomst die op 10 november 1993 werd gesloten tussen het Vlaamse Gewest en de Vennootschap. De economische en ecologische toezichthouder neemt de plaats in van de bijzondere gevolmachtigde waarvan sprake in deze beheersovereenkomst.

Met het oog op de uitvoering van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde investeringsprogramma, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, 1°, legt de Vlaamse Milieumaatschappij binnen de door de Vlaamse Regering te bepalen termijn elk jaar een ontwerp van rollend investeringsprogramma voor de vijf volgende kalenderjaren aan de Vlaamse Regering voor.

§2. Met het oog op het vaststellen van het in artikel 2.6.1.3.1., §2 bedoelde subsidiėringsprogramma legt de Vlaamse Milieumaatschappij een ontwerp van subsidiėringsprogramma voor aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Leefmilieu, volgens de modaliteiten te bepalen door de Vlaamse Regering.


Art. 2.6.1.2.2.

§1.Voor het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 2.6.1.2.1., §1, hebben de personeelsleden van de ecologische toezichthouder toegang met het noodzakelijke materiaal en materieel tot alle rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer) installaties, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen.

Met het oog op de opmaak van het door de Vlaamse Regering vast te stellen subsidiėringsprogramma, vermeld in artikel 2.6.1.3.1., §2, en de opvolging van de uitvoering ervan, beschikken de personeelsleden van de ecologische toezichthouder eveneens over de rechten vermeld in het eerste lid.

De personeelsleden van de ecologische toezichthouder hebben met het noodzakelijke materiaal en materieel toegang tot alle rioolwaterzuiveringsinstallaties, rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en hemelwater(afvoer) installaties, beheerd door een gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, ongeacht het feit of ze gelegen zijn op gronden van derden of niet, om er metingen te verrichten, stalen te nemen en andere nuttige vaststellingen te doen, zodat ze de uitvoering van de aanleg en de verbetering van de installaties in kwestie kunnen opvolgen.

§2. Bij het uitvoeren van de taken vermeld in paragraaf 1 moeten de betrokken personeelsleden beschikken over een legitimatiebewijs ondertekend door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Zij hebben bij de uitvoering van die taken recht op bijstand van de politie.


Art. 2.6.1.2.3.

De gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de Vennootschap stellen op eenvoudig verzoek van de ecologische toezichthouder alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het opvolgen van de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.2.1. en 2.6.1.2.2, ter beschikking van de ecologische toezichthouder.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld.