Art. 2.6.1.3.1.

§1. Het Vlaamse Gewest kan onder de voorwaarden en in de verhouding die de Vlaamse Regering vaststelt, bijdragen in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten, gemeentebedrijven,intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen als bedoeld in artikel 2.6.1.1.1., §2.

In afwijking van de bepalingen van artikel 2.6.1.1.1., §1 kunnen de gemeenten, gemeentebedrijven,intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening onder de voorwaarden vastgesteld door de Vlaamse Regering, de taken vermeld in artikel 2.6.1.1.1., §2, op zich nemen wat betreft rioolwaterzuiveringsinstallaties met een capaciteit van maximum 2.000 inwonersequivalenten.

Het Vlaamse Gewest kan onder de voorwaarden en in de verhouding die de Vlaamse Regering vaststelt eveneens bijdragen in de kosten verbonden aan de bouw en de verbetering door de gemeenten, gemeentebedrijven,intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening van dergelijke kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties.

§2. Enkel projecten die voorkomen op een subsidiėringsprogramma vastgesteld door de Vlaamse Regering komen in aanmerking voor de in paragraaf 1 bedoelde gewestbijdrage.

De criteria voor de opname van projecten op het in het eerste lid bedoelde subsidiėringsprogramma zijn inzonderheid:
1° het in overeenstemming zijn met het gemeentelijk en bovengemeentelijk waterbeleid, gericht op het duurzaam beheren van het oppervlaktewater en het grondwater;
2° het aansluiten van vuilvracht via de riolering op de waterzuiveringsinfrastructuur of het afkoppelen van hemel- en oppervlaktewater.

§3. De gewestbijdrage, vermeld in paragraaf 1, met inbegrip van de milieutechnische ondersteuning, wordt berekend aan de hand van de door de Vlaamse Regering vastgestelde percentages van de totale kosten die voortvloeien uit:
1° de aanleg van een afvoersysteem voor de afvoer van afvalwater, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd, bij voorkeur door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden, of door middel van een gelijkwaardige oplossing;
2° de aanleg van aan dat afvoersysteem gerelateerde buffer-, retentie- of infiltratievoorzieningen voor hemelwater;
3° de bouw en de verbetering van de kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, vermeld in paragraaf 1.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot het op een milieuverantwoorde wijze in stand houden van een geherwaardeerd grachtenstelsel.

§4. Het Vlaamse Gewest kan bijdragen in de kosten voor het exploiteren van de in paragraaf 1 bedoelde kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties volgens de regels vast te stellen door de Vlaamse Regering.