Art. 2.6.1.3.3.

1. Elke exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk wordt overeenkomstig artikel 2.3.5. belast met de sanering van het door de exploitant aan haar abonnees geleverde water en voldoet aan deze saneringsverplichting door hetzij de sanering zelf te organiseren, hetzij hiervoor een beroep te doen op een derde.

2. Aan de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting wordt in hoofde van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk voldaan door een overeenkomst te sluiten met de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband of een door de gemeente na een publieke marktbevraging aangestelde entiteit.

Aan de uitvoering van de bovengemeentelijke saneringsverplichting wordt in hoofde van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk voldaan door een overeenkomst te sluiten met de Vennootschap.

3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de saneringsverplichting.

Elke exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk besteedt bij het voldoen aan zijn saneringsverplichting maximaal aandacht aan het rationeel gebruik van drinkwater en aan de afkoppeling, het hergebruik en de infiltratie van hemelwater.

4. Vlaamse Regering zal nadere regels vastleggen met betrekking tot de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en dit op basis van de zoneringsplannen en uitvoeringsplannen zoals bedoeld in artikel 10.2.3, 1, 20, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

5. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de door de gemeente na marktbevraging aangestelde entiteit die een overeenkomst als vermeld in paragraaf 2, eerste lid heeft gesloten en die instaat voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting, is verplicht om op eenvoudig verzoek van de economische toezichthouder kosteloos de gegevens mee te delen die verband houden met de uitvoering van de saneringsverplichting en die de economische toezichthouder nodig heeft ter uitvoering van zijn taken.

De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels uitvaardigen.