Art. 2.6.2.1.

§1. De Vennootschap sluit in het kader van de aan haar toevertrouwde taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1., §2, en onder toezicht van de economische toezichthouder, een saneringscontract met de exploitant op vraag van de exploitant zelf of wanneer dit als bijzondere voorwaarde in haar lozings- of omgevingsvergunning werd opgenomen en de exploitant aldus verplicht is een saneringscontract te sluiten.

Het saneringscontract heeft betrekking op de sanering van het geloosde afvalwater dat afkomstig is uit de normale bedrijfsactiviteiten, vermeld in de omgevings- of lozingsvergunning of dat afkomstig is uit een bronbemaling waarvoor een schriftelijke toelating van de Vennootschap verkregen werd overeenkomstig artikel 5.53.6.1.1, §2, van titel II van het Vlarem.

De lozing kan permanent of tijdelijk van aard zijn, maar vindt steeds plaats gedurende een op voorhand vastgelegde periode en is niet het gevolg van een calamiteit als vermeld in artikel 2.6.2.2., §1, tweede lid.

Het afvalwater kan afkomstig zijn van het water geleverd door een openbare watervoorzieningsmaatschappij of van een eigen waterwinning.

§2. Het afvalwater dat het voorwerp uitmaakt van dit saneringscontract:
1° is niet afkomstig uit huishoudelijke activiteiten. Het omvat dus alle afvalwater afkomstig van activiteiten als vermeld in de bijlage 5, met uitzondering van de activiteit 56 « lozingen uit huishoudelijke activiteiten »;
en wordt geloosd in:
a) een openbare riolering aangesloten op een operationele openbare rioolwaterzuiveringsinstallatie;
b) een operationele openbare rioolwaterzuiveringsinstallatie via een bestaande privaatrechtelijke of ten laste van de vergunde exploitant aan de Vennootschap voor uitvoering opgedragen toevoerleiding;
c) een openbare riolering waarvan de aansluiting op een operationele of overeenkomstig artikel 2.6.1.1.1., §2 ter uitvoering aan de Vennootschap opgedragen openbare waterzuiveringsinstallatie is voorzien op basis van het zoneringsplan, vermeld in artikel 10.2.3, §1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie;
3° en maakt het voorwerp uit van een omgevings- of lozingsvergunning of een schriftelijke toelating van de Vennootschap voor het lozen van water afkomstig van een bronbemaling overeenkomstig artikel 5.53.6.1.1, §2, van titel II van het Vlarem.

§3. De Vlaamse Regering legt nadere regels vast inzake:
1° de vorm van de saneringscontracten, dit op voorstel van de economische toezichthouder;
2° de voorwaarden voor het sluiten van een contract indien dit niet verplicht is in de lozings- of omgevingsvergunning;
3° de te volgen procedure
voor het sluiten van een saneringscontract;
4° de inhoudelijke vermeldingen van het contract;
5° de verwerkbaarheid van het afvalwater op een rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Hierbij zullen de bepalingen van het contract inhoudelijk minstens bevatten:
1° in hoofde van de Vennootschap, een opsomming en de berekeningswijze van de specifieke investeringskosten of exploitatiekosten, noodzakelijk voor de verwerking van het afvalwater;
2° de meldingsprocedure voor de lozing;
3° een tijdschema van de geplande lozing en de vuilvrachten die conform de vergunning verwerkt kunnen worden;
4° voor lozingen ten gevolge van een bronbemaling de wijze waarop de vergoeding V berekend wordt.