Art. 4.1.1.

In deze titel wordt verstaan onder:
abonnee: elke persoon die een recht heeft ten aanzien van een onroerend goed, dat aangesloten is op een openbaar waterdistributienetwerk en aan wie de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk via dit waterdistributienetwerk water levert;
2° afgesloten watervoerende laag: watervoerende laag die voorkomt onder één van de volgende afsluitende hydrogeologische hoofdeenheden die gekenmerkt worden door de unieke code 0300, 0500, 0700 of 0900 zoals weergegeven in bijlage 6 bij dit decreet. De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast en zorgt er daarbij voor dat elke winning eenduidig is vastgelegd
3° bovengemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake sanering die op het Vlaams Gewest rust;
4° economisch toezichthouder: de entiteit van de Vlaamse Milieumaatschappij die als opdracht heeft om de taken van economisch toezicht uit te voeren zoals vermeld in artikel 10.2.3.1, §1, tweede lid, 8° van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk: de gemeente, de gemeentelijke regie, de intercommunale, de Vlaamse openbare instelling en alle andere exploitanten die een openbaar waterdistributienetwerk via leidingen beheren;
6° gebruiker van een private waterwinning: de persoon die een private waterwinning voor water, bestemd voor menselijke aanwending, in gebruik heeft;
7° gemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake collectieve sanering die op de gemeenten rust. Indien de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit eveneens instaat voor de bouw of exploitatie van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van titel II van het Vlarem, maakt ook deze individuele sanering een integraal onderdeel uit van de gemeentelijke saneringsverplichting;
8° grondwaterwinning: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken;
9° grondwaterwinningseenheid: de verschillende grondwaterwinningen, uitgezonderd deze die bestemd zijn voor de openbare drinkwatervoorziening, waarvan het gewonnen water is bestemd voor eenzelfde milieutechnische eenheid als gedefinieerd in het artikel 1.1.2. van titel II van het Vlarem. Het feit dat verschillende grondwaterwinningen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een grondwaterwinningseenheid kunnen vormen;
10° heffingsjaar: het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin water werd verbruikt en/of gefactureerd en/of geloosd en/of een grondwaterwinning werd geëxploiteerd;
11° Omgevingsvergunningsbesluit: besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
12° openbaar hydrografisch net: de wateren van de waterwegen of die als dusdanig zijn gerangschikt, de wateren van de onbevaarbare waterlopen en van de afwateringen met voortdurende of onderbroken afvoer, alsook in 't algemeen, de stromende en stilstaande wateren van het openbaar domein;
13° sanering: het ondernemen van alle acties nodig voor de organisatie en de uitvoering van het opvangen, transporteren, collecteren en zuiveren van het afvalwater;
14° titel II van het Vlarem: besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
15° toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving: Voor de toepassing van dit decreet wordt onder de toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving verstaan: de toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving, vermeld in artikel 12,1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
16° Vlaamse Milieumaatschappij: intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Milieumaatschappij opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten;
17° water bestemd voor menselijke consumptie: al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding, vaat of persoonlijke hygiëne, ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een waterdistributienetwerk of via een private waterwinning, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen, met uitzondering van:
a) natuurlijk mineraalwater dat dusdanig is erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater;
b) water dat een geneesmiddel is;
18° watermeter: het toestel dat beantwoordt aan de wetgeving op de metrologie, dat eigendom is van de exploitant en dat geplaatst is bij de klant om het volume van het water, geleverd door de exploitant, te registreren;
19° wooneenheid: elke eenheid in een woongebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt: een woonruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette.