Art. 4.2.1.1.1.

Voor de toepassing van de heffingsplicht waterverontreiniging wordt als een aan deze heffing onderworpen heffingsplichtige beschouwd, elke natuurlijke of rechtspersoon die op enig ogenblik in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar op het grondgebied van het Vlaamse Gewest water heeft afgenomen van een openbaar waterdistributienet of op dit grondgebied over een eigen waterwinning heeft beschikt of op dit grondgebied water heeft geloosd, ongeacht de herkomst van het water.

Voor de toepassing van de heffingsplicht waterverontreiniging wordt de persoon waaraan een openbare watervoorzieningsmaatschappij waterverbruik in het Vlaamse Gewest factureert in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar, onweerlegbaar vermoed de heffingsplichtige te zijn voor het aan hem gefactureerde waterverbruik afgenomen van een openbare watervoorzieningsmaatschappij, onverminderd diens verhaal op de werkelijke verbruiker van het water.

Voor de toepassing van de heffing waterverontreiniging worden de personen aangewezen in artikel 4.2.1.2.1 onweerlegbaar vermoed heffingsplichtig te zijn voor het grondwater dat in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgenomen uit een eigen waterwinning vermeld in het eerste lid, onverminderd hun verhaal op de werkelijke verbruiker van dit water.