Art. 4.2.1.1.4.

In afwijking van artikel 4.2.1.1.1 is geen heffing verschuldigd voor:
1 een vergunde grondwaterwinning uitsluitend gebruikt voor thermische energie-opslag voor zover het gewonnen, niet-verontreinigde grondwater integraal wordt teruggepompt in dezelfde watervoerende laag, als waaruit het wordt gewonnen;
2 een vergunde oppervlaktewaterwinning uitsluitend gebruikt voor thermische energieopslag en terug geloosd in hetzelfde oppervlaktewater als waaruit het wordt gewonnen.

De heffingsplichtige waterverontreiniging, vermeld in het eerste lid, 1 en 2, dient op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar in het bezit te zijn van een milieu- of omgevingsvergunning respectievelijk voor:
1 het winnen van grondwater voor thermische energieopslag (indelingsrubriek 53.6 van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM);
2 gebruik van oppervlaktewater uitsluitend voor thermische energieopslag en teruglozing ervan in hetzelfde oppervlaktewater (indelingsrubriek 3.7 van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM).

Elke heffingsplichtige waterverontreiniging die in aanmerking wenst te komen voor de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, dient bij de aangifte bedoeld in artikel 4.2.4.1 een schriftelijke aanvraag te voegen vergezeld van de bewijsstukken waaruit blijkt dat aan bovenvermelde vrijstellingsvoorwaarden is voldaan. De verleende vrijstelling geldt voor het heffingsjaar waarvoor de aanvraag is ingediend en voor de volgende heffingsjaren behoudens in geval van wijzigingen die tot gevolg hebben dat de installatie niet meer aan de hierboven vermelde vrijstellingsvoorwaarden voldoet.

Elke verandering van de vergunningssituatie en/of wijziging aan de grond-waterwinning respectievelijk de oppervlaktewaterwinning moet onmiddellijk per aangetekend schrijven aan de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij worden gemeld.