Art. 4.2.2.1.1.

§1. Het bedrag van de heffing waterverontreiniging wordt als volgt vastgesteld:

H = N x T

waarin:
H = het bedrag van de verschuldigde heffing voor water­verontreiniging;
N = de vuilvracht uitgedrukt in vervuilingseenheden, berekend volgens één van de in onderafafdelingen 2, 3, 4 en 5 bepaalde berekeningsmethoden, veroorzaakt in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar;
T = het in §2 hierna vermelde bedrag van het eenheids­tarief van de heffing.

§2. Het bedrag van het eenheidstarief van de heffing voor waterverontreiniging wordt vastgesteld op 22,64 euro voor:
1° de heffingsplichtigen waterverontreiniging, bedoeld in artikel 4.2.2.3.1 en artikel 4.2.2.5.1, die zijn aangesloten op het openbaar hydrografisch net, en bovendien:
a) ofwel op basis van de bepalingen van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, alle uitvoeringsbepalingen van deze wet, evenals de bepalingen uit de betreffende omgevingsvergunning verplicht zijn hun afvalwater zelf te zuiveren en in oppervlaktewater te lozen;
b) ofwel moeten voldoen aan de voorwaarden voor de lozing van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, waarvan het debiet maximaal 600 m®/jaar bedraagt, zoals bedoeld in indelingsrubriek 3 van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM;
2° de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 4.2.2.3.1. en artikel 4.2.2.5.1., die beschikken over een omgevings- of lozingsvergunning met normen voor lozen in de gewone oppervlaktewateren en die lozen in ofwel:
a) de openbare riolering die niet aangesloten is op een operationele openbare afvalwater-zuiveringsinstallatie;
b) een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
c) een openbare of privaatrechterlijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater.
3° de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 4.2.2.2.1, waarvan de inrichting niet gelegen is in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat:
a) is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie; of
b) wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan zoals bedoeld in artikel 10.2.3, §1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie.

Voor alle andere heffingsplichtigen wordt het eenheidstarief van de heffing vastgesteld op 33,38 euro.

De eenheidstarieven van de heffing worden jaarlijks gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen voor de maand november van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het heffingsjaar wordt genoemd met als basisindex het indexcijfer der consumptieprijzen van november 1992, basis 1988, met name 113,77.

De indexering wordt ieder jaar ambtshalve toegepast op 1 januari. Het aangepaste bedrag wordt afgerond op de hogere eurocent.