Art. 4.2.2.1.5.

§ 1. Elke heffingsplichtige, vermeld in artikel 4.2.2.2.1, geniet van de toepassing van een sociaal tarief waarbij die heffingsplichtige voor 80% vrijgesteld wordt van de verplichting tot betaling van de heffing voor waterverontreiniging vermeld in artikel 4.2.2.1.1., als hij zelf op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden één van de volgende tegemoetkomingen geniet:
1° het gewaarborgd inkomen voor bejaarden volgens de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden of de inkomensgarantie voor ouderen volgens de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
2° het leefloon of levensminimum, toegekend door het O.C.M.W. met toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, respectievelijk van de wet van 2 april 1965 betreffende het tenlastenemen van de steun, verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
3° de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
4° de tegemoetkoming hulp aan bejaarden volgens het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
5° de integratietegemoetkoming voor personen met een handicap volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

Het sociaal tarief, vermeld in het eerste lid, geldt ook voor de heffingsplichtige vermeld in artikel 4.2.2.2.1., met een gezinslid dat gedomicilieerd is op hetzelfde adres en dat op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden onder een van de categorieën vermeld in het eerste lid, valt. Voor de toepassing van dat sociaal tarief worden personen die hun wettelijke domicilie hebben in een rust-, verplegings- of andere instelling en personen die in gemeenschappen, gericht op de verwezenlijking van religieuze of filosofische doelstellingen, hun wettelijke domicilie en levensmiddelen delen, niet beschouwd als leden van hetzelfde gezin.

De vrijstelling vermeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend voor de plaats van het watergebruik die tevens het wettelijke domicilie is van de heffingsplichtige.

§2. De Vlaamse Milieumaatschappij kan automatisch het sociaal tarief toekennen op basis van de inlichtingen die worden ingewonnen bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of bij de andere overheidsinstellingen die de rechten vermeld in paragraaf 1 toekennen. De heffingsplichtige ontvangt dan een heffingsbiljet waarop het sociaal tarief al is toegepast.

Voor heffingsplichtigen die een heffingsbiljet hebben gekregen voor het volledige heffingsbedrag, wordt de vrijstelling vermeld in paragraaf 1 enkel op schriftelijke aanvraag verleend. De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toepassing van het sociaal tarief moet uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd, bij de Vlaamse Milieumaatschappij worden ingediend.

Bij die aanvraag moet één van de volgende documenten gevoegd zijn:
1° een attest, uitgereikt door de federale dienst bevoegd voor de pensioenen, waaruit blijkt dat de heffingsplichtige vermeld op het heffingsbiljet, of een gezinslid het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of de inkomensgarantie voor ouderen genoten heeft;
2° een attest, uitgereikt door het O.C.M.W., waaruit blijkt dat de heffingsplichtige vermeld op het heffingsbiljet of een gezinslid een door het O.C.M.W. toegekend leefloon of levensminimum genoten heeft;
3° een attest, uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, waaruit blijkt dat de heffingsplichtige vermeld op het heffingsbiljet of een gezinslid de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap, of de integratietegemoetkoming voor personen met een handicap genoten heeft;
4° een attest, uitgereikt door een zorgkas als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming, waaruit blijkt dat de heffingsplichtige, vermeld op het heffingsbiljet, of een gezinslid de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoten heeft;
5° de afscheurstrook van het overeenkomstige heffingsbiljet.

Mits op 1 januari van het heffingsjaar of op datum van overlijden voldaan is aan de bovenvermelde voorwaarden, is het vermeld sociaal tarief van rechtswege verworven.

§3. Als de heffing betrekking heeft op het waterverbruik van een of meer gezinnen die gedomicilieerd zijn op het adres van de heffingsplichtige en waarvan de heffingsplichtige geen deel uitmaakt, geldt in afwijking van paragraaf 1 de volgende regeling: de in dat gebouw gedomicilieerde gezinnen, waarvan een gezinslid op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden tot een van de categorieën vermeld in paragraaf 1, eerste lid, behoort, komen in aanmerking voor een compensatie in hun aandeel in de heffing van hetzelfde heffingsjaar vermeld in paragraaf 1, overeenkomstig de voorwaarden en de procedure/regeling vermeld in artikel 4.2.2.1.6.