Art. 4.2.2.1.7.

§1. Elke heffingsplichtige, vermeld in artikel 4.2.2.2.1.wordt vrijgesteld van de verplichting tot betaling van de heffing vermeld in artikel 4.2.2.1.1., als het huishoudelijk afvalwater afkomstig van zijn woongelegenheid gezuiverd werd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van titel II van het Vlarem.

Deze individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater moeten voldoen aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3.

Deze vrijstelling wordt pro rato temporis berekend en wordt enkel verleend voor het deel van de heffing dat betrekking heeft op het afvalwater dat gezuiverd wordt in de individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater;

§2. Elke heffingsplichtige, vermeld in artikel 4.2.2.3.1 en 4.2.2.5.1wordt vrijgesteld van de verplichting tot betaling van de heffing vermeld in artikel 4.2.2.1.1., als het huishoudelijk afvalwater afkomstig van zijn woongelegenheid gezuiverd werd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater vermeld in paragraaf 1.

Deze vrijstelling heeft enkel betrekking op het huishoudelijk afvalwater ressorterend onder sector 56 uit de bijlage 5 bij dit decreet. Deze vrijstelling kan maximaal 30 m³ per persoon, op 1 januari van het heffingsjaar gedomicilieerd in de bedoelde woongelegenheid, bedragen.

De vrijstelling wordt pro rato temporis berekend en wordt enkel verleend voor het deel van de heffing dat betrekking heeft op het huishoudelijk afvalwater afkomstig van zijn woongelegenheid ressorterend onder sector 56 uit de bijlage 5 bij dit decreet dat gezuiverd wordt in de individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater vermeld in paragraaf 1.

De vrijstelling is niet van toepassing indien de heffingsplichtige of de werkelijke verbruiker van het water in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar, in aanmerking komt voor een compensatie, als vermeld in artikel 4.3.3.2. in de bovengemeentelijke bijdrage of de vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1., 4.3.1.2.1. en 4.3.2.1.

§3. De individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater vermeld in paragraaf 1 en 2 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° in zoverre het gaat om een inrichting of activiteit als vermeld op de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, §1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, moet de exploitatie gemeld en/of vergund zijn overeenkomstig de voorschriften van het Omgevingsvergunningsbesluit;
2° gebouwd zijn en geëxploiteerd worden volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem;

De vrijstelling geldt niet voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater die werden aangelegd nadat de woongelegenheid reeds aansluitbaar was op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) . De vrijstelling geldt maximaal vijf jaar nadat de woning aansluitbaar is op de riolering.

§ 4. De heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater als vermeld in paragraaf 1 en 2, en die de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1 en 2 wil krijgen, moet, op straffe van verval van het recht op vrijstelling, uiterlijk binnen drie maanden vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd is, een schriftelijke aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen van het ambtsgebied waar de installatie ligt.

Als het gaat om een inrichting of activiteit als vermeld op de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wordt bij die aanvraag een afschrift gevoegd van de melding of de lopende vergunning voor de exploitatie van de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater.

De burgemeester onderzoekt de aanvraag en reikt een attest uit als de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd conform een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het VLAREM.

Binnen drie maanden vanaf de dag na de ontvangst van de aanvraag bezorgt de burgemeester de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk van zijn ambtsgebied de aanvraag en het attest of de beslissing waarbij de aflevering van een attest wordt geweigerd. Hij stuurt een kopie van de aanvraag en het attest of de weigeringsbeslissing naar de heffingsplichtige.

De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk stuurt die stukken onmiddellijk door naar de Vlaamse Milieumaatschappij als die ervoor bevoegd is de vrijstelling te verlenen.

Het voormelde attest heeft in ieder geval een maximale geldigheidsduur van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de burgemeester het attest heeft uitgereikt, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over gegevens waaruit blijkt dat de waterzuiveringsinfrastructuur tijdens die periode niet wordt uitgebaat conform een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het VLAREM, of gewijzigd is.

Als aan de Vlaamse Milieumaatschappij een voormeld attest wordt bezorgd, kan deze de heffingsplichtige automatisch vrijstellen van heffing zonder dat de heffingsplichtige een schriftelijke aanvraag indient. In voorkomend geval ontvangt de heffingsplichtige geen heffingsbiljet. Voor heffingsplichtigen die gedurende de geldigheidstermijn van het attest een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de vrijstelling alleen op schriftelijke aanvraag verleend. Daarin mag worden verwezen naar het eerder ingediende attest.

§ 5. De Vlaamse Milieumaatschappij kan een heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater als vermeld in paragraaf 1 en 2, automatisch vrijstellen op basis van de inlichtingen die ze heeft ingewonnen bij de gemeenten of, als de installatie gebouwd of beheerd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, op basis van de inlichtingen die ze ingewonnen heeft bij de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk.

Als de vrijstelling automatisch wordt toegekend, ontvangt de rechthebbende geen heffingsbiljet.

Voor heffingsplichtigen die een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de voormelde vrijstelling alleen op schriftelijke aanvraag verleend. De heffingsplichtigen moeten hun aanvraag uiterlijk binnen drie maanden vanaf de derde werkdag nadat het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd is, bij de Vlaamse Milieumaatschappij indienen.

§6. In afwijking van paragraaf 5 kan een vrijstelling van de heffing worden toegekend aan de heffingsplichtigen waarvan de woongelegenheid met een gecertificeerde individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is uitgerust en onderhouden volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde regels.