Onderafdeling 4.
Berekening van de vuilvracht van het gebruikte oppervlaktewater die in mindering mag gebracht worden in geval het geloosde afvalwater geheel of gedeeltelijk afkomstig is van het gebruik van oppervlaktewater


Art. 4.2.2.4.1.

§1. In geval het in een bepaald oppervlaktewater geloosde afvalwater geheel of gedeeltelijk afkomstig is van het gebruik van oppervlaktewater, dat uit hetzelfde oppervlaktewater is opgenomen als dit waarin het afvalwater geloosd wordt, mag de vuilvracht N, bepaald volgens artikel 4.2.2.3.1. verminderd worden met de vuilvracht N0 van het gebruikte oppervlaktewater berekend als volgt:
No = N1,0 + N2,0 + N3,0
met:
No: de vuilvracht uitgedrukt in vervuilingseenheden van het opgenomen oppervlaktewater;
N1,0 = Qd,ox [0,35 xZS0 + 0,45 (2 x BZV0 + CZV0) ] x (0,40 + 0,60 x d)
180        500                     1350
waarin:
N1,0: de vuilvracht van het gebruikte oppervlaktewater veroorzaakt door de opname van de beschouwde stoffen uitgedrukt in vervuilingseenheden;
Qd,o: het volume uitgedrukt in liter, van het op de geloosde afvalwaters betrekking hebbende gebruikte oppervlaktewater, in het etmaal waarop Qd betrekking heeft. Indien Qd,o niet werd gemeten, kan Qd,0 maximaal gelijk gesteld worden aan Qd;
ZS0: het gehalte aan stoffen in suspensie, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft;
BZV0: de biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft;
CZV0: de chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,o betrekking heeft;
d: correctiefactor bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.
N2,0 = Qj,o x (40 x (Hg,o) + 10 x (Ag,o + Cd,o) + 5 x (Zn,o + Cu,o) + 2 x (Ni,o) + 1 x (Pb,o + As,o + Cr,o) ) /1000
waarin:
N2,0: de vuilvracht van de beschouwde zware metalen van het gebruikte oppervlaktewater uitgedrukt in vervuilingseenheden;
Qj,o: het volume oppervlaktewater, uitgedrukt in kubieke meter, gebruikt in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar en dat betrekking heeft op Qj zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.;
Hg,o, Ag,o, Cd,o, Zn,o, Cu,o, Ni,o, Pb,o, As,o, Cr,o: de in het gebruikte oppervlaktewater Qj,0 gemeten gehaltes van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft uitgedrukt in mg/l, van de respectieve stoffen kwik, zilver, cadmium, zink, koper, nikkel, lood, arseen en chroom.
N3,0 = Qj,o x (No + Po) /10000
waarin:
N3,o:  de vuilvracht van de beschouwde nutriėnten van het gebruikte oppervlaktewater uitgedrukt in vervuilingseenheden;
Qj,o: het volume oppervlaktewater, uitgedrukt in kubieke meter, gebruikt in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar en dat betrekking heeft op Qj zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.;

No: het in het gebruikte oppervlaktewater gemeten gehalte aan totale stikstof, uitgedrukt in mg N/l;
Po: het in het gebruikte oppervlaktewater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l.

§2. De bemonstering en de analyses van de parameters, vermeld in paragraaf 1, worden uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein afvalwater en oppervlaktewater als vermeld in  artikel 6, 5°, a) , van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu.

§3. De Regering kan de nadere regels vaststellen aangaande de wijze waarop de gegevens met betrekking tot het gebruikte oppervlaktewater kunnen worden bepaald voor de toepassing van de in §1 aangegeven berekeningsmethode.


Art. 4.2.2.4.2.

De overeenkomstig de bepalingen van de in artikel 4.2.2.4.1 berekende vuilvrachten van het gebruikte oppervlaktewater N1,o, N2,o en N3,o kunnen als mindering slechts in aanmerking genomen worden voor maximum het aantal vervuilingseenheden van de overeenstemmende vuilvrachten van het geloosde afvalwater N1, N2 en N3.
Indien de heffingsplichtige het afvalwater loost langs meerdere lozingspunten dan wordt het hierboven vermelde in mindering brengen uitgevoerd per lozingspunt.


Art. 4.2.2.4.3.

Op straffe van verval van het in artikel 4.2.2.4.1. bedoelde recht van vermindering van de vuilvracht voor het gebruikte oppervlaktewater, dienen de bedoelde heffingsplichtigen waterverontreiniging binnen de termijn en volgens de regels bepaald door de Regering:
1° aan de Vlaamse Milieumaatschappij de gegevens te bezorgen met betrekking tot het geloosde afvalwater alsmede met betrekking tot het gebruikte oppervlaktewater, nodig voor de toepassing van de artikel 4.2.2.3.1., en artikel 4.2.2.5.1., vermelde berekeningsmethode, samen met de benodigde stavingsstukken;
2° de Vlaamse Milieumaatschappij kennis te geven van de eis tot het in mindering brengen van de vuilvracht van het gebruikte oppervlaktewater No.