Art. 4.2.2.4.2.

De overeenkomstig de bepalingen van de in artikel 4.2.2.4.1 berekende vuilvrachten van het gebruikte oppervlaktewater N1,o, N2,o en N3,o kunnen als mindering slechts in aanmerking genomen worden voor maximum het aantal vervuilingseenheden van de overeenstemmende vuilvrachten van het geloosde afvalwater N1, N2 en N3.

Indien de heffingsplichtige het afvalwater loost langs meerdere lozingspunten dan wordt het hierboven vermelde in mindering brengen uitgevoerd per lozingspunt.