Art. 4.2.3.2.

§1. Elke grondwaterwinning en/of grondwaterwinningseenheid waarvan de exploitatie overeenkomstig het artikel 4.2.1.2.1 en 4.2.1.2.2. aan de heffing is onderworpen en elke conform titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid vergunningsplichtige of meldingsplichtige grondwaterwinning moet uitgerust zijn met een debietmeting en registratie van de opgepompte hoeveelheid grondwater.

Deze debietmeting en registratie dienen te gebeuren overeenkomstig een code van goede praktijk.

De Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan bedoelde debietmeting en registratie moeten voldoen.

§2. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde registratie technisch niet uitvoerbaar is, kan de Regering de heffingsplichtige vrijstellen van voormelde registratieverplichting. In dat geval bepaalt zij de alternatieve wijze waarop de hoeveelheden worden bepaald.

§3. De in paragraaf 1 opgelegde verplichtingen tot het voorzien van een debietsmeting en registratie gelden niet voor draineringen die noodzakelijk zijn om het gebruik en/of de exploitatie van bouw- en weiland mogelijk te maken of te houden.