Afdeling 4.
Vestiging en inning van de heffingen waterverontreiniging en grondwater


Art. 4.2.4.1.

§1. De in artikel 4.2.1.2.1, 4.2.1.2.2. en artikel 4.2.2.3.1. tot 4.2.2.3.9 (onderafdeling 3) bedoelde heffingsplichtige, met uitzondering van de in categorie 56 van de bijlage 5 bedoelde heffingsplichtige, is verplicht voor 15 maart van elk heffingsjaar een aangifte bij de Vlaamse Milieumaatschappij in te dienen. In voorkomend geval bevat de aangifte de nodige gegevens voor de berekening van de vuilvracht en/of voor de vaststelling van de heffing op de winning van grondwater.

Wanneer de heffingsplichtige overleden is of failliet verklaard, rust de verplichting tot aangifte in het eerste geval op zijn erfgenamen of legatarissen en in het tweede geval op zijn curator.

§2. De aangifte wordt gedaan volgens de modaliteiten vastgesteld door de Vlaamse Regering.

§3. De stukken, opgaven en inlichtingen die samen met de aangifte of de melding worden ingediend, vormen een integrerend deel ervan.

De bij de aangifte gevoegde stukken moeten worden genummerd, gedagtekend en ondertekend. Afschriften moeten éénsluidend met het oorspronkelijk stuk worden verklaard.

§4. De gemeentelijke regies, intercommunales en alle andere maatschappijen die instaan voor een openbare watervoorziening en, voor wat de heffing grondwater betreft, de vergunningverlenende overheid verlenen hun medewerking en verstrekken aan de Vlaamse Milieumaatschappij, op eenvoudig verzoek, alle gegevens en inlichtingen die nodig zijn voor de vestiging en de inning van de heffing.


Art. 4.2.4.2.

§1.De heffingsplichtige die in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar een eigen waterwinning in gebruik neemt, is verplicht dat aan de Vlaamse Milieumaatschappij te melden binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop hij van die waterwinning gebruik maakt.

De heffingsplichtige die het gebruik van een eigen waterwinning stopzet, is verplicht dat aan de Vlaamse Milieumaatschappij te melden binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop die waterwinning niet meer wordt gebruikt.

In geval van overschrijding van de termijn, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt ongeacht de datum van de stopzetting, vermeld in de melding, aangenomen dat de heffingsplichtige pas vanaf de tweede maand vóór de datum van ontvangst van de melding de waterwinning niet meer gebruikt. Tenzij de stopzetting reeds op een eerdere datum werd vastgesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij of de toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving, of tenzij een eerdere datum van stopzetting werd vastgelegd in de vergunning waarvoor er geen verdere exploitatie werd vastgesteld.

De melding vermeld in het eerste en tweede lid wordt gedaan met het formulier dat de Vlaamse Milieumaatschappij ter beschikking stelt.

§2. De Vlaamse Milieumaatschappij bezorgt de gegevens van de melding van ingebruikname van een grondwaterwinning aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de grondwaterwinning zich bevindt.

§3. De heffingsplichtige, vermeld in artikel 4.2.2.2.1.§1, 2°, die in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar, gedeeltelijk overschakelt op water, afgenomen van een openbaar waterdistributienet, meldt dat aan de Vlaamse Milieumaatschappij binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum dat hij over een aansluiting bij de openbare watervoorzieningsmaatschappij beschikt.

De heffingsplichtige, vermeld in artikel 4.2.2.2.1, §1, 3°, die in het jaar dat voorafgaat aan het heffingsjaar, volledig overschakelt op water opgenomen uit een eigen waterwinning, meldt dat aan de Vlaamse Milieumaatschappij binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum dat hij uitsluitend gebruik maakt van een eigen waterwinning.


Art. 4.2.4.3.

§1. Wanneer de Vlaamse Milieumaatschappij meent de aangifte of de melding, vermeld in artikel 4.2.4.2., te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is ingediend binnen de in 4.2.4.1., §1 bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, brengt zij hem de rechtzetting die zij voorstelt per aangetekend schrijven ter kennis.

Het bericht van rechtzetting vermeldt de redenen die de rechtzetting naar het oordeel van de Vlaamse Milieumaatschappij rechtvaardigen. Het vermeldt ook de modaliteiten die de heffingsplichtige moet eerbiedigen om het te beantwoorden.

§2. De heffingsplichtige kan zijn eventuele opmerkingen schriftelijk inbrengen binnen een termijn van één maand te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van het bericht van rechtzetting. Deze termijn kan wegens wettige redenen worden verlengd.

De heffing mag niet voor het verstrijken van die, eventueel verlengde, termijn worden gevestigd, behalve indien de rechten van de gewestelijke thesaurie wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de heffingstermijn in gevaar verkeren of indien de heffingsplichtige schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven met het bericht van de rechtzetting.


Art. 4.2.4.4.

§1. De Vlaamse Milieumaatschappij kan overgaan tot een heffing van ambtswege op grond van de gegevens waarover zij beschikt, in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft:

  1. ofwel een aangifte in te dienen binnen de in artikel 4.2.4.1., §1 bepaalde termijn;
  2. ofwel de vormgebreken waarmee de aangifte is aangetast, te verhelpen binnen de termijn die de Vlaamse Milieumaatschappij hem hiervoor toekent;
  3. ofwel in overeenstemming met artikel 5.4.1.2. de gevraagde inlichtingen te verstrekken of de bescheiden voor te leggen binnen de vastgestelde termijn;
  4. ofwel zich te schikken naar de wettelijk voorgeschreven verplichtingen inzake het houden, het uitreiken, het bewaren of het ter inzage voorleggen van boeken, stukken of registers. Zo kan de Vlaamse Milieumaatschappij inzonderheid tot een heffing van ambtswege overgaan wanneer de berekeningselementen van de heffing niet of onjuist werden ingeschreven in de boeken, stukken of registers.

Bij de toepassing van artikel 4.2.2.2.3. kan de Vlaamse Milieumaatschappij eveneens tot een heffing van ambtswege overgaan.

§2. Voor de heffing van ambtswege wordt gevestigd, brengt de Vlaamse Milieumaatschappij een bericht van heffing van ambtswege per aangetekend schrijven ter kennis aan de heffingsplichtige.

Dit bericht vermeldt de redenen waarom de Vlaamse Milieumaatschappij van die procedure gebruik maakt, de periode waarop de heffing van ambtswege zal slaan, de gegevens waarop de heffing van ambtswege zal steunen, en de wijze waarop deze gegevens zijn vastgesteld. Het bericht van heffing van ambtswege vermeldt de modaliteiten die de heffingsplichtige moet eerbiedigen om het te beantwoorden.

§3. Aan de heffingsplichtige wordt een termijn van één maand toegestaan, te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van het bericht van heffing van ambtswege om zijn eventuele opmerkingen schriftelijk in te brengen.

De heffing van ambtswege mag niet voor het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn worden gevestigd, behalve indien de rechten van de gewestelijke thesaurie in gevaar verkeren wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de heffingstermijn of indien de heffingsplichtige schriftelijk zijn akkoord heeft gegeven met het bericht van heffing van ambtswege.

§4. De Vlaamse Milieumaatschappij voegt bij elk bericht van heffing van ambtswege een vaststellingsverslag, bedoeld bij artikel 5.4.1.3. Het vaststellingsverslag kan door de ambtenaar die het bericht van aanslag van ambtswege ondertekent, worden medegedeeld door middel van een voor éénsluidend verklaard afschrift van het origineel.

§5. Indien een heffing van ambtswege is gevestigd, behoort het aan de heffingsplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de verschuldigde heffing.


Art. 4.2.4.5.

§1. De heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.2.2.1.1. tot 4.2.2.1.10, en artikel 4.2.3.1., wordt gevestigd uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het heffingsjaar.

§2. In afwijking van paragraaf 1, kan een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende vijf jaar vanaf 1 januari van het heffingsjaar, in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft tijdig een geldige aangifte in te dienen waartoe hij verplicht is overeenkomstig artikel 4.2.4.1., of als de verschuldigde heffing hoger is dan de heffing die gesteund is op de gegevens vermeld in de aangifte.

Indien in een proces-verbaal van overtreding onvergunde lozingen zijn vastgesteld, als vermeld in artikel 4.2.2.1.10, §1, wordt voor de jaren waarin de onregelmatigheden zich hebben voorgedaan, de in vorige lid bedoelde termijn verlengd vanaf de datum van het proces-verbaal tot zes maanden na de datum waarop de Vlaamse Milieumaatschappij kennis krijgt van de definitieve gerechtelijke beslissing.

In afwijking van de eerste paragraaf kan een heffing of een aanvullende heffing waterverontreiniging worden gevestigd binnen twaalf maanden na de datum waarop:

  1. het geschil over de bovengemeentelijke bijdrage of de vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1., 4.3.1.2.1. en 4.3.2.1., definitief is beslecht;
  2. de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk aan de betrokken abonnee of persoon bevestigt dat hem ten onrechte een bovengemeentelijke bijdrageof vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1., 4.3.1.2.1. en 4.3.2.1.

§3. Meerdere heffingen betreffende eenzelfde heffingsjaar kunnen lastens een zelfde heffingsplichtige worden gevestigd.

§4. De heffingen, evenals de administratieve geldboeten en de heffingsverhogingen die ermee verband houden, verschuldigd overeenkomstig dit hoofdstuk en titel V worden opgenomen in kohieren die worden medegedeeld aan de met de inning en invordering belaste ambtenaren.

§5. De kohieren worden uitvoerbaar verklaard door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar. Ze worden, op straffe van verval, binnen de in §1 en §2 bepaalde termijn uitvoerbaar verklaard.

§6 De kohieren vermelden:

de gegevens van de heffingplichtigen:

a) voor de heffingsplichtigen, vermeld in artikel 4.2.2.2.1.:

i) waaraan een openbare water­voorzieningsmaatschappij waterverbruik in het Vlaamse Gewest heeft gefactureerd betreffende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar: de naam en het adres van facturatie;

ii) die geen water hebben afge­no­men van een openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar: de naam, de voornaam en het adres van de natuurlijke personen; de naam en het adres van de rechtsperso­nen;

b) voor de overige heffingsplichtige: de naam, de voornaam en het adres van de natuurlijke personen; de naam en het adres van de maatschappelijke zetel van de rechtsperso­nen;

c) indien voor de heffing waterverontreiniging de natuurlijke persoon, vermeld in punt a) of b) , is overleden, wordt de aanslag ingekohierd op de naam van de overleden persoon voor­afgegaan van het woord "Nalatenschap" en eventueel gevolgd door de aanduiding van de persoon of personen die zich aan de Vlaamse Milieumaatschappij hebben bekend gemaakt als erfgenaam of legataris;

2° de verwijzing naar dit hoofdstuk uit deze titel;

3° het bedrag van de heffing en het heffingsjaar waarop ze betrekking heeft;

4° het artikelnummer;

5° de datum van uitvoerbaarverklaring;

6° de handtekening van de in §5 bedoelde ambtenaar.

§7. De heffingsplichtige op wiens naam de heffing is ingekohierd ontvangt zonder kosten een heffingsbiljet.

De verzending van het heffingsbiljet geschiedt op straffe van verval per post binnen zes maanden te rekenen van de datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier.

Het heffingsbiljet bevat:

1° de datum van verzending van het heffingsbiljet;

2° de gegevens bedoeld in §6, 1° tot 5° ;

3° de betalingstermijn;

4° de termijn waarin een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming en het juiste adres van de instantie die bevoegd is om ze te ontvangen.

§8. Op schriftelijk verzoek van een persoon die niet is opgenomen in het kohier, vermeld in paragraaf 6, kan de Vlaamse Milieumaatschappij de naam op het heffingsbiljet, vermeld in paragraaf 7, wijzigen. Die persoon ontvangt dan een heffingsbiljet op zijn naam, met de vermelding dat dit nieuw exemplaar met toepassing van die paragraaf wordt uitgereikt. In voorkomend geval is het oorspronkelijke kohier uitvoerbaar tegen de persoon die er niet in opgenomen is en die de naamswijziging heeft aangevraagd.


Art. 4.2.4.6.

§1. De persoon op wiens naam de heffing is ingekohierd alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen het heffingsbiljet wordt ingevorderd, kan tegen de gevestigde heffing, verhogingen en boeten, vermeld in hoofdstuk III van titel V, een bezwaarschrift indienen bij de leidend ambtenaar of de door hem gedelegeerde ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij.

In dit bezwaarschrift kan tevens om uitstel of spreiding van betaling van de heffing en vrijstelling of vermindering van de eventueel opgelegde administratieve geldboete of heffingsverhoging, vermeld in hoofdstuk III van titel V, worden verzocht.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden gedaan, gemotiveerd zijn, en moet op straffe van verval worden verzonden naar of overhandigd aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar of zijn gedelegeerde, binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd of vanaf de datum van kennisgeving van het heffingsbiljet.

§2. De leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar doet als administratieve overheid uitspraak over het bezwaarschrift.

De ambtenaar kan de betwiste heffing noch de opgelegde administratieve geldboete noch de opgelegde heffingsverhoging vermeerderen.

De beslissing van de ambtenaar wordt met redenen omkleed en aan de indiener van het bezwaarschrift ter kennis gegeven per aangetekend schrijven. De beslissing vermeldt de wijze waarop tegen deze beslissing in rechte kan worden opgekomen.

§3. Wanneer een aanslag nietig verklaard is door de in paragraaf 2 bedoelde ambtenaar omdat hij niet gevestigd is overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van een regel betreffende de verjaring, kan de Vlaamse Milieumaatschappij, zelfs wanneer de termijnen bedoeld in artikel 4.2.4.5. reeds verstreken zijn, op naam van dezelfde heffingsplichtige, op grond van dezelfde heffingselementen of op een gedeelte ervan, een nieuwe aanslag vestigen binnen drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van deze ambtenaar niet meer voor de rechter kan worden gebracht.


Art. 4.2.4.7.

De leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar is tevens bevoegd om in bijzondere gevallen onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling te verlenen voor al de nalatigheidsinteresten of een deel ervan.


Art. 4.2.4.8.

§1. In zoverre dit hoofdstuk en hoofdstuk III van titel V en de besluiten genomen ter uitvoering ervan er niet van afwijken, zijn de regels betreffende de vestiging, de invordering, de geschillen, de subsidiaire aanslag, de verwijl- en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksinkomstenbelastingen, mutatis mutandis van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde heffingen, en de in hoofdstuk III van titel V bedoelde geldboeten en heffingsverhogingen.

§2. Een bezwaarschrift indienen of een vordering in rechte instellen, verhindert niet dat de aanslag en de eventueel volgens hoofdstuk III van titel V verschuldigde geldboete of heffingsverhoging worden ingevorderd als ze als een zekere en vaststaande schuld kunnen worden beschouwd onder de voorwaarden vermeld in artikel 410 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.

Onverminderd de toepassing van artikel 414, §2, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 schort de indiening van een bezwaarschrift evenmin het lopen van de nalatigheidsintresten op.

§3. De wettelijke hypotheek kan gevestigd worden op al de in het Vlaamse Gewest gelegen en daarvoor vatbare goederen die toebehoren aan de persoon op wiens naam de aanslag is ingekohierd.

De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar.