Art. 4.2.4.6.

1. De persoon op wiens naam de heffing is ingekohierd alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen het heffingsbiljet wordt ingevorderd, kan tegen de gevestigde heffing, verhogingen en boeten, vermeld in hoofdstuk III van titel V, een bezwaarschrift indienen bij de leidend ambtenaar of de door hem gedelegeerde ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij.

In dit bezwaarschrift kan tevens om uitstel of spreiding van betaling van de heffing en vrijstelling of vermindering van de eventueel opgelegde administratieve geldboete of heffingsverhoging, vermeld in hoofdstuk III van titel V, worden verzocht.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden gedaan, gemotiveerd zijn, en moet op straffe van verval worden verzonden naar of overhandigd aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar of zijn gedelegeerde, binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd of vanaf de datum van kennisgeving van het heffingsbiljet.

2. De leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of de door hem gedelegeerde ambtenaar doet als administratieve overheid uitspraak over het bezwaarschrift.

De ambtenaar kan de betwiste heffing noch de opgelegde administratieve geldboete noch de opgelegde heffingsverhoging vermeerderen.

De beslissing van de ambtenaar wordt met redenen omkleed en aan de indiener van het bezwaarschrift ter kennis gegeven per aangetekend schrijven. De beslissing vermeldt de wijze waarop tegen deze beslissing in rechte kan worden opgekomen.

3. Wanneer een aanslag nietig verklaard is door de in paragraaf 2 bedoelde ambtenaar omdat hij niet gevestigd is overeenkomstig een wettelijke regel, met uitzondering van een regel betreffende de verjaring, kan de Vlaamse Milieumaatschappij, zelfs wanneer de termijnen bedoeld in artikel 4.2.4.5. reeds verstreken zijn, op naam van dezelfde heffingsplichtige, op grond van dezelfde heffingselementen of op een gedeelte ervan, een nieuwe aanslag vestigen binnen drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van deze ambtenaar niet meer voor de rechter kan worden gebracht.