Onderafdeling II.
Aanrekenen van een vergoeding voor water dat niet geleverd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk


Art. 4.3.1.2.1.

1. In dit artikel wordt verstaan onder gebruiker van een private waterwinning: onder voorbehoud van de toepassing van artikel 4.2.2.2.2 en 4.2.2.2.3. een klant is een heffingsplichtige als vermeld in artikel 4.2.2.2.1., 1 en 3.

De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk kan een vergoeding aanrekenen aan de gebruiker van een private waterwinning als bijdrage in de kosten voor de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning.

De vergoedingen in de kostprijs voor de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning, bestaan op gemeentelijk vlak uit een vastrecht en een variabele prijs. Het vastrecht van de vergoeding mag niet aangerekend worden voor de gebruiker van een private waterwinning die ook abonnee is.

De vergoeding voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting.

De vergoeding voor de sanering op bovengemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de bovengemeentelijke saneringsverplichting.

De bepalingen van artikel 4.3.1.1.2, 3 en 4, artikel 4.3.1.1.3 en artikel 4.3.1.1.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergoeding, vermeld in het tweede lid.

2. Als een vergoeding als vermeld in paragraaf 1, wordt aangerekend voor de bovengemeentelijke sanering, wordt het bedrag ervan bepaald conform artikel 4.3.1.1.3 en artikel 4.3.1.1.4, met dien verstande dat Q in dat geval gelijk is aan het aantal m water, opgenomen via de private waterwinning. Het water, opgenomen via de private waterwinning, wordt bepaald conform artikel 4.2.2.2.1, 2 en 3.

3. De gemeentelijke tarieven voor de berekening van de variabele prijs en de economische, ecologische en sociale beperkingen, vermeld in artikel 4.3.1.1.2, 3, maken deel uit van de overeenkomsten, vermeld in artikel 2.6.1.3.3.

4. Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur als ze gelegen zijn in een zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat:
1 is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie;
2 wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan, vermeld in artikel 10.2.3, 1, tweede lid, 20, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie.

Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de gemeentelijke collectieve saneringsinfrastructuur als ze gelegen zijn in een zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren.

Voor inrichtingen die onder de toepassing van artikel 4.2.2.2.1 vallen en die uitsluitend beschikken over een vergunning voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, is onderhavige paragraaf ook van toepassing.