Art. 4.3.2.2.

De bijdrage in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting en de vergoeding voor de kosten van de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning, worden op bovengemeentelijk vlak berekend op basis van de heffingsgegevens over de abonnee of gebruiker van een private waterwinning die door de Vlaamse Milieumaatschappij aan exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk bezorgd worden.

De totale bijdrage en vergoeding met betrekking tot een lozingsjaar stemt overeen met het resultaat van de volgende berekeningsmethode:
B = Tgv x VE,
waarbij:
1
B = de som van de bijdrage respectievelijk de vergoeding, aangerekend aan de abonnee of titularis van een private waterwinning met betrekking tot het lozingsjaar;
2
VE = de vuilvracht, uitgedrukt in vervuilingseenheden, bepaald conform dit decreet met betrekking tot het lozingsjaar en zoals aangeleverd door de VMM aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk;
3
Tgv = het eenheidstarief van de heffing met betrekking tot het lozingsjaar voor alle andere heffingsplichtigen, vermeld in artikel 4.2.2.1.1, 2, tweede lid.

De Vlaamse Regering kan daartoe de verdere modaliteiten bepalen. Deze modaliteiten hebben onder andere betrekking op de wijze waarop de aanrekening gebeurt, de mogelijke aanrekening van voorschotten, de verrekening van de voorschotten en de aanrekeningsbasis van de voorschotten.

De economische toezichthouder legt de verdere voorwaarden met betrekking tot de aanrekening van de bovengemeentelijke bijdrage vast in een protocol met de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op een uniforme omzetting van de aanrekeningregels in Vlaanderen, de data-uitwisseling tussen de exploitant en de Vlaamse Milieumaatschappij en de toe te passen afrondingsregels.