Art. 4.3.3.1.

§1. Voor de abonnee respectievelijk de gebruiker van een private waterwinning als vermeld in artikel 4.2.2.2.1, past de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk voor de aanrekening van de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage respectievelijk vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1 en artikel 4.3.1.1.2, respectievelijk 4.3.1.2.1, een sociaal tarief toe als hij zelf op 1 januari van een kalenderjaar een van de volgende tegemoetkomingen geniet:
1° het gewaarborgde inkomen voor bejaarden met toepassing van de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden of de inkomensgarantie voor ouderen met toepassing van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
2° het leefloon of levensminimum, toegekend door het OCMW met toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, respectievelijk de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
3° de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap met toepassing van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
4° de tegemoetkoming hulp aan bejaarden met toepassing van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
5° de integratietegemoetkoming voor personen met een handicap met toepassing van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

Het sociale tarief, vermeld in het eerste lid, geldt ook voor de abonnee en de gebruiker van een private waterwinning, vermeld in artikel 4.2.2.2.1, met een gezinslid, gedomicilieerd op hetzelfde adres, dat op 1 januari van het kalenderjaar onder een van de categorieėn, vermeld in het eerste lid, valt.

Voor de toepassing van het sociale tarief worden personen die hun wettelijke domicilie hebben in een rust-, verplegings- of andere instelling, en personen die in gemeenschappen, gericht op de verwezenlijking van religieuze of filosofische doelstellingen, hun wettelijke domicilie en levensmiddelen delen, niet beschouwd als leden van hetzelfde gezin.

§2. Het sociale tarief bedraagt een vijfde van het tarief voor zowel het vastrecht als de variabele prijs, vermeld in artikel 4.3.1.1.3 en artikel 4.3.1.1.4.

Het sociale tarief wordt pro rata temporis toegekend op het verbruik van hetzelfde kalenderjaar en wordt uitsluitend verleend voor het verbruik op het wettelijke domicilie van de vrijstellingsgerechtigde, vermeld in paragraaf 1.

§3. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk kent aan de gerechtigde, vermeld in paragraaf 1, automatisch het sociale tarief toe op grond van de inlichtingen die worden ingewonnen bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of bij andere overheidsinstellingen die de rechten, vermeld in paragraaf 1, toekennen.

Als het sociale tarief niet automatisch wordt toegekend op basis van de vermelde inlichtingen, wordt het sociale tarief alleen op schriftelijke aanvraag verleend. Bij die schriftelijke aanvraag van het sociale tarief moet een van de volgende documenten gevoegd worden:
1° een attest, uitgereikt door de federale dienst bevoegd voor de pensioenen, waaruit blijkt dat de vrijstellingsgerechtigde, vermeld in paragraaf 1, het gewaarborgde inkomen voor bejaarden of de inkomensgarantie voor ouderen genoten heeft;
2° een attest, uitgereikt door het OCMW, waaruit blijkt dat de vrijstellingsgerechtigde, vermeld in paragraaf 1, een door het OCMW toegekend leefloon of levensminimum genoten heeft;
3° een attest, uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, waaruit blijkt dat de vrijstellingsgerechtigde, vermeld in paragraaf 1, de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden of de integratietegemoetkoming voor personen met een handicap genoten heeft;
4° een attest, uitgereikt door een zorgkas als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming, waaruit blijkt dat de vrijstellingsgerechtigde, vermeld in het eerste of tweede lid, de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoten heeft.

De schriftelijke aanvraag van het sociale tarief moet op straffe van verval van het recht op sociaal tarief uiterlijk op 31 december van hetzelfde kalenderjaar waarop het bijgevoegde attest betrekking heeft, bij de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk worden ingediend.