Titel V.
Toezicht en handhaving


Hoofdstuk I.
Toezicht en handhaving met betrekking tot titel I


Art. 5.1.1.

Voor de artikelen 1.3.1.1, 1.3.2.2 tot en met 3.3.3.1, 1.7.3.3 en 1.7.5.4, van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten bij deze artikelen gebeurt het toezicht op en de handhaving van milieu-inbreuken en milieumisdrijven, en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.


Hoofdstuk II.
Toezicht en handhaving met betrekking tot de waterketen


Afdeling I.
Toezicht


Art. 5.2.1.1.

§1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren toezicht op de toepassing van titel II, hoofdstukken 2 tot 5 en de uitvoeringsbesluiten.

§2. De in paragraaf 1 bedoelde toezichthoudende ambtenaren kunnen bij de uitoefening van hun ambt:
elk onderzoek instellen, elke controle uitoefenen en alle inlichtingen inwinnen die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht;
alle personen ondervragen over feiten die voor de uitoefening van het toezicht relevant zijn;
de bijstand van de federale politie vorderen;
De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun ambt, te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot de inrichtingen.

De toezichthoudende ambtenaren dienen zich steeds te legitimeren.

§3. Binnen de bevoegdheden die hun overeenkomstig paragraaf 1 zijn toegewezen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. Ze kunnen ook de termijn vastleggen waarbinnen de voorschriften moeten worden nagekomen.

Wanneer de toezichthoudende ambtenaren mondelinge raadgevingen, aanmaningen of bevelen hebben gegeven, dan dienen die binnen vijf werkdagen, bij ter post aangetekende brief, door hen te worden bevestigd.

§4. Zij stellen de inbreuken vermeld in paragraaf 1 vast door middel van processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel bewezen is en die onmiddellijk worden bezorgd aan de procureur des Konings.

Een afschrift van het proces-verbaal wordt bij ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de overtreder binnen vijf werkdagen na de vaststelling van de overtreding.


Art. 5.2.1.2.

§1. Wanneer de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de waterleverancier water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde kwaliteitseisen of dat de waterleverancier de overeenkomstig artikel 2.2.1, §3, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet neemt, kunnen de toezichthoudende ambtenaren, wanneer de waterleverancier weigert gevolg te geven aan de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde raadgevingen, aanmaningen en bevelen:
mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke consumptie binnen de termijn die zij bepalen of;
de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren; de uitvoering van deze maatregelen geschiedt op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

§2. Als de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de eigenaar of de abonnee een van de volgende handelingen stelt:
niet instemmen met of zich verzetten tegen de controles, vermeld in artikel 2.4.1, §1, met uitzondering van de controle van de watermeter;
niet instemmen met of zich verzetten tegen de inventarisatie-, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §2;
niet instemmen met of zich verzetten tegen de keuring, vermeld in artikel 2.2.1, §2, 1° ;
de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.3.2, §2 tot en met §4 en artikel 2.3.4, niet uitvoeren;
weigeren om de door de Vlaamse Regering vastgestelde procedures voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of voor een vernieuwde indienststelling van de waterlevering, na te leven;
6° weigert om de door de Vlaamse Regering vastgestelde verplichting voor de bemetering van het waterverbruik na te komen;
dan kunnen de toezichthoudende ambtenaren – als de eigenaar of de abonnee weigert gevolg te geven aan de raadgevingen, aanmaningen en bevelen die overeenkomstig artikel 5.2.1.1., §3, zijn gegeven – de onderbreking bevelen van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, binnen de termijn die ze bepalen, of kunnen ze de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.

De uitvoering van die maatregelen geschiedt op kosten en op risico van de in gebreke blijvende persoon.

§3. Naast de in paragraaf 1 en 2 bedoelde gevallen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren in geval van gevaar voor de volksgezondheid de stopzetting of de onderbreking bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke consumptie.

§4. Indien binnen de gestelde termijn geen gevolg gegeven wordt aan de bevelen tot stopzetting of onderbreking, kunnen de toezichthoudende ambtenaren de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren. De uitvoering van deze maatregelen geschiedt op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.

De toezichthoudende ambtenaren vermelden bij de bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het heropstarten van de levering.

§5. De overtreder en de waterleverancier worden op de hoogte gebracht van de bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering, vermeld in dit artikel.

De overtreder wordt op de hoogte gebracht binnen vijf werkdagen, met een per post aangetekende brief.


Art. 5.2.1.3.

De waterleverancier, de eigenaar, de abonnee en de verbruiker kunnen beroep indienen bij de Vlaamse Regering tegen de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde bevelen en de in artikel 5.2.1.2. bedoelde bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering.

Het beroep schorst de beslissingen niet.

Binnen een termijn van twee weken wordt over het beroep uitspraak gedaan.

De Vlaamse Regering regelt de modaliteiten en de termijnen van het beroep.


Art. 5.2.1.4.

De waterleverancier, de eigenaar of de abonnee die van mening is dat de stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, vermeld in artikel 5.2.1.2, niet meer terecht is omdat voldaan is aan de opgelegde voorwaarden voor het heropstarten van de levering, vermeld in artikel 5.2.1.2, §4, tweede lid, kan het heropstarten van de levering aanvragen bij de toezichthoudende ambtenaar die het initieel bevel tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, heeft gegeven.

In geval van de eigenaar of de abonnee kan de aanvraag alleen gebeuren nadat de procedures zijn doorlopen voor de aanvraag van een heraansluiting bij de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk, bepaald door de Vlaamse Regering.

De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt gedaan met een gewone brief. De aanvraag moet worden gemotiveerd, waarbij wordt aangetoond dat aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan.

De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraag binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag.

De aanvrager en de waterleverancier worden met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van drie werkdagen.


Afdeling 2.
Straffen


Art. 5.2.2.1.

§ 1. De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 100 euro tot 15.000 euro of met een van deze straffen alleen:
1° de waterleverancier die water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten;
2° de waterleverancier die de vastgestelde herstelmaatregelen of beperkingen van het gebruik niet neemt, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1 , §3, eerste lid, en zijn uitvoeringsbesluiten;
de eigenaar of de abonnee die de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet niet uitvoert of die de informatieverplichting daaromtrent niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.3.1, §2, tweede en derde lid, en zijn uitvoeringsbesluiten;
4° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert.

§ 2. In afwijking van de straf, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen gemeenten voor kleine vormen van openbare overlast ten gevolge van het niet naleven van de vastgelegde beperkingen van het gebruik die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, van dit decreet, gemeentelijke sancties bepalen conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988.

Als de gemeente geen gemeentelijke sancties conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 heeft bepaald, worden die kleine vormen van openbare overlast in die gemeente bestraft met een geldboete van maximaal 43,75 euro.


Art. 5.2.2.2.

De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met een geldboete van 100 euro tot 2000 euro of met een van deze straffen alleen:
1° degene die niet toestemt in of zich verzet tegen de bezoeken, de controles, de inspecties, het toezicht of de monsternemingen, verricht door de overeenkomstig artikel 5.2.1.1, §1, door de Vlaamse Regering aangewezen toezichthoudende ambtenaren die gemachtigd zijn om overtredingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen;
2° de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of de titularis van de aansluiting of zijn afgevaardigde die de verplichtingen met betrekking tot de levering van een gratis hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.2, §3, en zijn uitvoeringsbesluiten;
3° de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die de verplichtingen met betrekking tot de aansluiting op het openbaar waterdistributienetwerk niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.2, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten;
4° de waterleverancier die de overeenkomstig artikel 2.5.1.1. en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde openbare dienstverplichtingen niet naleeft;
de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die de overeenkomstig artikel 2.5.3.1 en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen met betrekking tot het waterverkoopreglement niet naleeft.


Art. 5.2.2.3.

De personeelsleden van de WaterRegulator die de overeenkomstig artikel 2.5.2.2.1, §3, opgelegde verplichtingen met betrekking tot het beroepsgeheim niet naleven, worden gestraft met de straffen, bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek.


Art. 5.2.2.4.

In geval van herhaling binnen twee jaar na de jongste veroordeling, mogen de in artikelen 5.2.2.1 en 5.2.2.2. vermelde straffen worden verdubbeld.


Afdeling III.
Administratieve geldboetes


Art. 5.3.1.

§1. Voor iedere inbreuk op:
1° de overeenkomstig artikel 2.4.1, §1 en §4, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde controleverplichtingen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro;
2° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering in te lichten en informatie te leveren, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro;
3° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 1°, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de verbruikers in te lichten of van informatie te voorzien, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro;
4° de overeenkomstig artikel 2.2.2, §2, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om een watermeter te plaatsen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 125 euro per niet geplaatste watermeter.

§2. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.

§3. De overtreder wordt van het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen in kennis gesteld bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.

Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete en ook de dag, de plaats en het uur waarop een hoorzitting wordt gehouden waar de overtreder zal worden gehoord.

§4. Na de hoorzitting nemen de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, andere dan die bedoeld in §2, de zaak onmiddellijk in beraad.

De beslissing wordt met redenen omkleed.

De ambtenaren delen de beslissing mee aan de overtreder binnen tien dagen na de hoorzitting, bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.

§5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de in §3, tweede lid, bedoelde hoorzitting en met betrekking tot de betaling van de administratieve geldboete.

Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.

De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.

§6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.

De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.


Art. 5.3.2.

§1. De ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij, daarvoor aangewezen door het hoofd van het agentschap, kunnen een administratieve geldboete opleggen voor iedere inbreuk op de bepalingen van:
artikel 2.5.2.3.3, §2, aan de waterleveranciers die de gegevens of inlichtingen die opgevraagd worden in het kader van artikel 2.5.2.3.1 niet correct of tijdig aanleveren, na twee schriftelijke aanmaningen;
artikel 2.5.2.3.2 en zijn uitvoeringsbesluiten aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk.

Voor een eerste inbreuk wordt de administratieve boete bepaald op maximaal 0,01 % van het integrale facturatiebedrag exclusief btw van het jaar waarvoor de gegevens worden opgevraagd. Voor elke volgende overtreding in datzelfde jaar wordt het percentage van de administratieve geldboete verdubbeld.

§2. De administratieve geldboete wordt met een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst ter kennis gebracht van de betrokken waterleverancier binnen een termijn van één maand na de tweede schriftelijke aanmaning om gegevens of inlichtingen te verschaffen. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.

§3. De waterleverancier kan tegen de administratieve geldboete beroep aantekenen bij de minister van Leefmilieu. Het gemotiveerd beroep dient schriftelijk en aangetekend te worden gericht aan de minister binnen een termijn van een maand na het verzenden van de administratieve geldboete.

§4. De minister doet uitspraak in verband met het beroep binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de verzendingsdatum van de kennisgeving van de administratieve geldboete.

§5. Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.

§6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§7. De Vlaamse Regering kan nadere modaliteiten vaststellen met betrekking tot het toepassen van de administratieve boete


Art. 5.3.3.

De administratieve geldboetes, vermeld in artikel 5.3.1. en 5.3.2., worden geïnd door de Vlaamse Milieumaatschappij en betaald op de ontvangstenrekening van de Vlaamse Milieumaatschappij.

De opbrengst van de administratieve geldboetes wordt aangewend voor initiatieven ter voorkoming van inbreuken op het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.

Hoofdstuk III.
Toezicht en handhaving met betrekking tot het watersysteem


Hoofdstuk IV.
Toezicht en handhaving met betrekking tot de financiële instrumenten ter regulering en financiering van het integraal waterbeleid


Afdeling 1.
Toezicht


Art. 5.4.1.1.

Voor hoofdstuk II van titel IV en de uitvoeringsbesluiten ervan geldt het volgende:
1° onverminderd de bevoegdheden van andere toezichthoudende ambtenaren die zijn aangewezen krachtens andere regelgeving, oefenen de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor de controle of het onderzoek, vermeld in artikel 5.4.1.2. van deze wet, voor de toepassing van de heffing, hun toezichtsopdrachten uit volgens de regels, vermeld in dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° de bepalingen van titel XVI, hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn niet van toepassing op de overtredingen van hoofdstuk II van titel IV en de uitvoeringsbesluiten ervan. Die overtredingen worden bestraft conform artikel 5.4.2.1 tot 5.4.2.2.


Art. 5.4.1.2.

§1. De ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij belast met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing, zijn voorzien van een legitimatiebewijs getekend door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij.

De Vlaamse Milieumaatschappij is eveneens bevoegd voor de controle op de bepalingen opgenomen in artikel 4.2.3.2 betreffende de debietsmeting en registratie. De daartoe bevoegde ambtenaren worden voorzien van een legitimatiebewijs getekend door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij.

§2. Ze zijn van rechtswege gemachtigd om zowel bij de heffingsplichtige als bij derden:
1° alle inlichtingen in te winnen, op te zoeken en in te zamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige; de heffingsplichtige alsmede elke derde die over de gevraagde inlichtingen beschikt, is verplicht deze inlichtingen te verstrekken op ieder verzoek van deze ambtenaren;
2° alle boeken, stukken en registers op te vragen die kunnen leiden tot de juiste heffing van de heffingsplichtige; de heffingsplichtige alsmede elke derde die over de gevraagde boeken, stukken of registers beschikt is verplicht deze voor te leggen op ieder verzoek van deze ambtenaren.

De ambtenaren kunnen de boeken, stukken en registers vermeld in het eerste lid meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.

Heffingsplichtigen zijn gehouden om aan de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1 tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot hun bedrijfslokalen, zoals fabrieken, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages en grondwaterwinningen alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen en ruimtes, om aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen inlichtingen en bescheiden te verzamelen en vaststellingen te doen die kunnen leiden tot een juiste heffing.

§3. Elke inlichting, elk stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of verkregen door de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en griffies van de hoven en rechtbanken, de administraties van de Gemeenschappen en Gewesten, de provincies en de gemeenten, alsmede de organismen en de openbare instellingen, kan door het Vlaamse Gewest worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge hoofdstuk II van titel IV verschuldigde heffing.

§ 4. De aangiften die de heffingsplichtigen hebben ingediend, vermeld in artikel 4.2.4.1, en de documenten en bewijsstukken die daarbij worden gevoegd, die de ambtenaren, bevoegd voor de vestiging van de heffingen, fotografisch, optisch, elektronisch of met een andere informatica- of telegeleidingstechniek registreren, bewaren of weergeven, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV en de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 5. Onverminderd de toepassing van paragraaf 4 hebben de gegevens en de documenten die de ambtenaren, bevoegd voor de vestiging, inning of invordering van de heffingen, hebben ontvangen, opgesteld of verzonden in het kader van de toepassing van hoofdstuk II van titel IV, en de uitvoeringsbesluiten ervan, en die ze fotografisch, optisch, elektronisch of met een andere informatica- of telegeleidingstechniek registreren, bewaren of weergeven, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, bewijskracht.


Art. 5.4.1.3.

Overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de verschuldigdheid van de heffing, heffingsverhoging of van een administratieve boete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, kunnen door de ambtenaren van de Maatschappij bewezen worden volgens alle gemeenrechtelijk toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

De vaststellingsverslagen opgesteld door de ambtenaren van de Maatschappij leveren het bewijs op van de gedane vaststellingen zolang het tegendeel niet is bewezen.


Afdeling 2.
Sancties


Art. 5.4.2.1.

§1. Bij niet-aangifte of bij niet tijdige aangifte, of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, bedoeld in artikel 4.2.4.1., wordt de heffing vermeerderd met een heffingsverhoging.

Deze heffingsverhoging wordt procentueel berekend op het verschil tussen de heffing zoals berekend op basis van de elementen van de aangifte en de door de Vlaamse Milieumaatschappij of rechtbank aangehouden heffing.

Bij ontstentenis van aangifte wordt de heffingsverhoging procentueel berekend op de door de Vlaamse Milieumaatschappij of rechtbank aangehouden heffing.

De ambtenaren die bevoegd zijn voor heffingsverhogingen worden aangewezen door het afdelingshoofd van de afdeling van de Maatschappij die bevoegd is voor de heffingen of, voor wat de heffingen grondwater betreft, de door hem gedelegeerde ambtenaar.

§2. Het percentage van de heffingsverhoging bij niet-aangifte of bij niet tijdige aangifte, bedoeld in paragraaf 1, wordt als volgt vastgelegd:
1° als de niet-aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige: geen verhoging;
2° als de aangifte niet binnen de termijn wordt ingediend, maar de heffingsplichtige wel tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing: verhoging van 10 %;
3° als de heffingsplichtige niet of niet tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing: verhoging van 50 %;
4° als de heffingsplichtige die niet valt onder de toepassing van artikel 4.2.4.1. ambtshalve wordt belast overeenkomstig artikel 4.2.2.2.3., geen verhoging.

§3. Het percentage van de heffingsverhoging bij onvolledige of onjuiste aangifte, vermeld in paragraaf 1, wordt als volgt bepaald:
1° als de onvolledige of onjuiste aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige: geen verhoging;
2° als de heffingsplichtige tijdig reageert op het bericht van rechtzetting: verhoging van 10 % op het gedeelte bepaald in paragraaf 1;
3° als de heffingsplichtige niet of niet tijdig reageert op het bericht van rechtzetting: verhoging van 50 % op het gedeelte bepaald in paragraaf 1;
4° als uit de reactie van de heffingsplichtige blijkt dat de in de aangifte of melding opgegeven gegevens juist zijn: geen verhoging.


Art. 5.4.2.2.

De ambtenaren van de Maatschappij, bedoeld in artikel 5.4.1.2.,§1, kunnen een geldboete van 50 tot 1250 euro opleggen voor elke overtreding van hoofdstuk II van titel IV evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.