Afdeling III.
Administratieve geldboetes


Art. 5.3.1.

1. Voor iedere inbreuk op:
1 de overeenkomstig artikel 2.4.1, 1 en 4, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde controleverplichtingen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro;
2 de overeenkomstig artikel 2.2.1, 4, eerste lid, 2 en 3, en tweede lid, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering in te lichten en informatie te leveren, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro;
3 de overeenkomstig artikel 2.2.1, 4, eerste lid, 1, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de verbruikers in te lichten of van informatie te voorzien, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro;
4 de overeenkomstig artikel 2.2.2, 2, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om een watermeter te plaatsen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 125 euro per niet geplaatste watermeter.

2. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.

3. De overtreder wordt van het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen in kennis gesteld bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.

Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete en ook de dag, de plaats en het uur waarop een hoorzitting wordt gehouden waar de overtreder zal worden gehoord.

4. Na de hoorzitting nemen de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, andere dan die bedoeld in 2, de zaak onmiddellijk in beraad.

De beslissing wordt met redenen omkleed.

De ambtenaren delen de beslissing mee aan de overtreder binnen tien dagen na de hoorzitting, bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.

5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de in 3, tweede lid, bedoelde hoorzitting en met betrekking tot de betaling van de administratieve geldboete.

Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.

De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.

6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.

De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.


Art. 5.3.2.

1. De ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij, daarvoor aangewezen door het hoofd van het agentschap, kunnen een administratieve geldboete opleggen voor iedere inbreuk op de bepalingen van:
1
artikel 2.5.2.3.3, 2, aan de waterleveranciers die de gegevens of inlichtingen die opgevraagd worden in het kader van artikel 2.5.2.3.1 niet correct of tijdig aanleveren, na twee schriftelijke aanmaningen;
2
artikel 2.5.2.3.2 en zijn uitvoeringsbesluiten aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk.

Voor een eerste inbreuk wordt de administratieve boete bepaald op maximaal 0,01 % van het integrale facturatiebedrag exclusief btw van het jaar waarvoor de gegevens worden opgevraagd. Voor elke volgende overtreding in datzelfde jaar wordt het percentage van de administratieve geldboete verdubbeld.

2. De administratieve geldboete wordt met een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst ter kennis gebracht van de betrokken waterleverancier binnen een termijn van n maand na de tweede schriftelijke aanmaning om gegevens of inlichtingen te verschaffen. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.

3. De waterleverancier kan tegen de administratieve geldboete beroep aantekenen bij de minister van Leefmilieu. Het gemotiveerd beroep dient schriftelijk en aangetekend te worden gericht aan de minister binnen een termijn van een maand na het verzenden van de administratieve geldboete.

4. De minister doet uitspraak in verband met het beroep binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de verzendingsdatum van de kennisgeving van de administratieve geldboete.

5. Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.

6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

7. De Vlaamse Regering kan nadere modaliteiten vaststellen met betrekking tot het toepassen van de administratieve boete


Art. 5.3.3.

De administratieve geldboetes, vermeld in artikel 5.3.1. en 5.3.2., worden gend door de Vlaamse Milieumaatschappij en betaald op de ontvangstenrekening van de Vlaamse Milieumaatschappij.

De opbrengst van de administratieve geldboetes wordt aangewend voor initiatieven ter voorkoming van inbreuken op het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.