Art. 5.4.2.1.

1. Bij niet-aangifte of bij niet tijdige aangifte, of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, bedoeld in artikel 4.2.4.1., wordt de heffing vermeerderd met een heffingsverhoging.

Deze heffingsverhoging wordt procentueel berekend op het verschil tussen de heffing zoals berekend op basis van de elementen van de aangifte en de door de Vlaamse Milieumaatschappij of rechtbank aangehouden heffing.

Bij ontstentenis van aangifte wordt de heffingsverhoging procentueel berekend op de door de Vlaamse Milieumaatschappij of rechtbank aangehouden heffing.

De ambtenaren die bevoegd zijn voor heffingsverhogingen worden aangewezen door het afdelingshoofd van de afdeling van de Maatschappij die bevoegd is voor de heffingen of, voor wat de heffingen grondwater betreft, de door hem gedelegeerde ambtenaar.

2. Het percentage van de heffingsverhoging bij niet-aangifte of bij niet tijdige aangifte, bedoeld in paragraaf 1, wordt als volgt vastgelegd:
1 als de niet-aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige: geen verhoging;
2 als de aangifte niet binnen de termijn wordt ingediend, maar de heffingsplichtige wel tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing: verhoging van 10 %;
3 als de heffingsplichtige niet of niet tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing: verhoging van 50 %;
4 als de heffingsplichtige die niet valt onder de toepassing van artikel 4.2.4.1. ambtshalve wordt belast overeenkomstig artikel 4.2.2.2.3., geen verhoging.

3. Het percentage van de heffingsverhoging bij onvolledige of onjuiste aangifte, vermeld in paragraaf 1, wordt als volgt bepaald:
1 als de onvolledige of onjuiste aangifte te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de heffingsplichtige: geen verhoging;
2 als de heffingsplichtige tijdig reageert op het bericht van rechtzetting: verhoging van 10 % op het gedeelte bepaald in paragraaf 1;
3 als de heffingsplichtige niet of niet tijdig reageert op het bericht van rechtzetting: verhoging van 50 % op het gedeelte bepaald in paragraaf 1;
4 als uit de reactie van de heffingsplichtige blijkt dat de in de aangifte of melding opgegeven gegevens juist zijn: geen verhoging.