HOOFDSTUK II.
BESCHERMING


Art. 4. 1. De Vlaamse regering stelt de voorlopige bescherming van het varend erfgoed vast.

De Vlaamse Regering wint vr de voorlopige bescherming het advies in bij de commissie. Dat advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als de termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn. De termijn van dertig dagen kan door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd met dertig dagen op vraag van de commissie. Aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan in geval van dringende noodzakelijkheid. De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de adviesprocedure bepalen.

De Vlaamse regering vermeldt de redenen die tot de bescherming aanleiding geven.

De Vlaamse regering vermeldt inzonderheid:
1 voor zover bekend het artikel van teboekstelling of het registratienummer op de scheepshypotheekbewaring of een andere wijze van identificatie van het varend erfgoed;
2 de doelstellingen van het toekomstige beheer met het oog op het behoud en de ontwikkeling van de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de bescherming.

2. De besluiten tot voorlopige bescherming worden:
1 per beveiligde zending ter kennis van de eigenaar gebracht;
2 ter kennisgeving bezorgd aan de commissie die hierover een beredeneerd advies kan geven;
3 bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

3. De eigenaar meldt in voorkomend geval binnen tien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving, de voorlopige bescherming per beveiligde zending aan de gebruiker. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld.

De eigenaar en de gebruiker kunnen hun opmerkingen en bezwaren indienen bij het agentschap binnen zestig dagen vanaf de datum van de kennisgeving.

De eigenaar brengt bij de overdracht van het varend erfgoed de nieuwe eigenaar op de hoogte van de voorlopige bescherming en meldt de overdracht aan het agentschap.

4. Vanaf de dag van de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, 1, zijn op het varend erfgoed, vermeld in het besluit tot voorlopige bescherming, gedurende een termijn van maximaal negen maanden de rechtsgevolgen van een bescherming voorlopig van toepassing.

De Vlaamse Regering kan die termijn eenmalig met maximaal drie maanden verlengen. De eigenaar wordt per beveiligde zending op de hoogte gebracht van het besluit tot verlenging van de voorlopige bescherming van varend erfgoed. De eigenaar meldt binnen tien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving, de verlenging van de voorlopige bescherming per beveiligde zending aan de gebruiker. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld.

De rechtsgevolgen van een besluit tot voorlopige bescherming van varend erfgoed zijn van toepassing:
1 op de eigenaars vanaf de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, 1 ;
2 op de gebruikers vanaf de melding door de eigenaars, vermeld in paragraaf 3;
3 op iedereen vanaf de bekendmaking, vermeld in paragraaf 2, 3.

Het besluit tot voorlopige bescherming van varend erfgoed vervalt van rechtswege als de Vlaamse Regering binnen de termijnen, vermeld in het voormelde besluit, geen besluit tot definitieve bescherming genomen heeft.

De Vlaamse Regering kan de voorlopige bescherming van het varend erfgoed opheffen. Dat besluit wordt ter kennis gebracht op de wijze, vermeld in paragraaf 2. De eigenaar meldt binnen tien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving, de opheffing van de voorlopige bescherming per beveiligde zending aan de gebruiker. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld.

5. De leden van de commissie, de ambtenaren van het agentschap en de door de Vlaamse Regering aangewezen personen hebben, wanneer dit voor het onderzoek ter voorbereiding van de definitieve bescherming van het varend erfgoed noodzakelijk is, toegang tot de vaartuigen, maar niet tot de gedeelten die gebruikt worden als woongelegenheid of bedrijfslokaal tenzij ze hiervoor de toestemming hebben van de eigenaar en de gebruiker.

Art. 5.

1. De Vlaamse regering stelt de definitieve bescherming vast van het voorlopig beschermd varend erfgoed.

De Vlaamse Regering kan over de definitieve bescherming advies inwinnen bij de commissie. Als er met toepassing van artikel 4, 1, tweede lid, vanwege dringende noodzakelijkheid geen voorafgaand advies werd gevraagd, wint de Vlaamse Regering advies in bij de commissie over de definitieve bescherming. Dat advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. De termijn van dertig dagen kan door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd met dertig dagen op vraag van de commissie. De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de adviesprocedure bepalen.

De Vlaamse regering vermeldt de redenen die tot de bescherming aanleiding geven.

De Vlaamse regering vermeldt inzonderheid:
1 voor zover bekend het artikel van teboekstelling of het registratienummer op de scheepshypotheekbewaring of een andere wijze van identificatie van het varend erfgoed;
2 de doelstellingen van het toekomstige beheer met het oog op het behoud en de ontwikkeling van de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de bescherming.

2. De besluiten tot definitieve bescherming worden:
1 per beveiligde zending ter kennis van de eigenaar gebracht, die dat aan de gebruiker meldt binnen tien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld;
2 bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
3 op de scheepshypotheekbewaring ingeschreven in het register van teboekstelling der binnenschepen of van het register der zeeschepen indien het te boek gesteld of geregistreerd varend erfgoed betreft, of enkel neergelegd in het register van neerlegging indien het niet te boek gesteld of geregistreerd varend erfgoed betreft.

3. De eigenaar brengt bij de overdracht van het varend erfgoed de nieuwe eigenaar op de hoogte van de definitieve bescherming en meldt de overdracht aan het agentschap.

4. De rechtsgevolgen van een besluit tot definitieve bescherming van varend erfgoed zijn van toepassing:
1 op de eigenaars vanaf de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, 1 ;
2 op de gebruikers vanaf de melding, vermeld in paragraaf 2, 1 ;
3 op iedereen vanaf de bekendmaking, vermeld in paragraaf 2, 2.


Art. 5/1. 1. De Vlaamse Regering kan een besluit tot definitieve bescherming van varend erfgoed wijzigen of opheffen.

2. De bepalingen in artikel 4, 1, eerste en tweede lid, artikel 4, 2, 3 en 4, en artikel 5, 1, 2 en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de voorlopige en definitieve wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming.

Het besluit tot voorlopige wijziging of opheffing bevat minstens de volgende gegevens:
1 het opschrift van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
2 de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
3 voor zover dat bekend is, het artikel van teboekstelling of het registratienummer op de scheepshypotheekbewaring of een andere wijze van identificatie van het varend erfgoed;
4 de redenen van wijziging of opheffing;
5 in geval van wijziging, een beschrijving van de impact op de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de bescherming en een beschrijving van de impact op de beheersdoelstellingen;
6 de aanduiding van de te registreren en te documenteren waarden die verloren gaan.

Het besluit tot definitieve wijziging of opheffing bevat minstens de volgende gegevens:
1 het opschrift van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
2 de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
3 voor zover dat bekend is, het artikel van teboekstelling of het registratienummer op de scheepshypotheekbewaring of een andere wijze van identificatie van het varend erfgoed;
4 de redenen van wijziging of opheffing;
5 in geval van wijziging, een beschrijving van de impact op de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de bescherming en een beschrijving van de impact op de beheersdoelstellingen;
6 de aanduiding van de te registreren en te documenteren waarden die verloren gaan.

3. Tot de datum van vaststelling van het besluit tot definitieve wijziging of opheffing blijven de rechtsgevolgen van het besluit tot definitieve bescherming van kracht.

De rechtsgevolgen van een besluit tot wijziging of opheffing zijn van toepassing:
1 op de eigenaars vanaf de kennisgeving, vermeld in artikel 5, 2, 1 ;
2 op de gebruikers vanaf de melding, vermeld in artikel 5, 2, 1 ;
3 op iedereen vanaf de bekendmaking van het besluit tot wijziging of opheffing in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 5, 2, 2.

Art. 6. Het agentschap houdt een lijst bij van het definitief beschermde varend erfgoed. De Vlaamse regering regelt de inrichting en het gebruik van de lijst.

Art. 7. Op het definitief beschermde varend erfgoed kan een herkenningsteken worden aangebracht.

De Vlaamse regering stelt het model en het gebruik van dit teken vast.