Art. 5.

1. De Vlaamse regering stelt de definitieve bescherming vast van het voorlopig beschermd varend erfgoed.

De Vlaamse Regering kan over de definitieve bescherming advies inwinnen bij de commissie. Als er met toepassing van artikel 4, 1, tweede lid, vanwege dringende noodzakelijkheid geen voorafgaand advies werd gevraagd, wint de Vlaamse Regering advies in bij de commissie over de definitieve bescherming. Dat advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. De termijn van dertig dagen kan door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd met dertig dagen op vraag van de commissie. De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de adviesprocedure bepalen.

De Vlaamse regering vermeldt de redenen die tot de bescherming aanleiding geven.

De Vlaamse regering vermeldt inzonderheid:
1 voor zover bekend het artikel van teboekstelling of het registratienummer op de scheepshypotheekbewaring of een andere wijze van identificatie van het varend erfgoed;
2 de doelstellingen van het toekomstige beheer met het oog op het behoud en de ontwikkeling van de waarden die aanleiding hebben gegeven tot de bescherming.

2. De besluiten tot definitieve bescherming worden:
1 per beveiligde zending ter kennis van de eigenaar gebracht, die dat aan de gebruiker meldt binnen tien dagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld;
2 bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
3 op de scheepshypotheekbewaring ingeschreven in het register van teboekstelling der binnenschepen of van het register der zeeschepen indien het te boek gesteld of geregistreerd varend erfgoed betreft, of enkel neergelegd in het register van neerlegging indien het niet te boek gesteld of geregistreerd varend erfgoed betreft.

3. De eigenaar brengt bij de overdracht van het varend erfgoed de nieuwe eigenaar op de hoogte van de definitieve bescherming en meldt de overdracht aan het agentschap.

4. De rechtsgevolgen van een besluit tot definitieve bescherming van varend erfgoed zijn van toepassing:
1 op de eigenaars vanaf de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, 1 ;
2 op de gebruikers vanaf de melding, vermeld in paragraaf 2, 1 ;
3 op iedereen vanaf de bekendmaking, vermeld in paragraaf 2, 2.