HOOFDSTUK III.
[RECHTSGEVOLGEN VAN EEN BESCHERMING (verv. decr. 9 mei 2014, art. 16, I: 1 januari 2016)]


Art. 8. § 1. De eigenaar en de gebruiker van een voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed zijn verplicht het beschermd varend erfgoed door de nodige instandhoudings- en onderhoudswerken in goede staat te behouden.

De Vlaamse Regering stelt de algemene voorschriften voor instandhouding en onderhoud vast.

Handelingen aan of in voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed kunnen niet worden aangevat zonder melding aan het agentschap. De Vlaamse Regering wijst de handelingen aan die onder de toepassing van dit lid vallen en kan nadere regels bepalen voor de meldingsprocedure. Als voor het uitvoeren van de door de Vlaamse Regering aangewezen handelingen het voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed buiten de Vlaamse Gemeenschap wordt gebracht, moet voor de hiervoor vereiste periode geen toelating overeenkomstig paragraaf 5 worden aangevraagd.

§ 2. Met het oog op het verwezenlijken van de beheersdoelstellingen kan voor een beschermd varend erfgoed door of in opdracht van de eigenaar een beheersprogramma opgesteld worden.

§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaraan het beheersprogramma moet voldoen en stelt de procedure vast voor de goedkeuring van het in º 2 vermelde beheersprogramma.

§ 4. De eigenaar meldt aan het agentschap elke wijziging van vaste ligplaats van voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.

In het eerste lid wordt verstaan onder vaste ligplaats: een van de volgende mogelijkheden:
1° de plaats op het water waar het voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed permanent aanwezig is of gedurende minstens drie maanden per jaar een feitelijke uitvalsbasis heeft;
2° de berging op het land gedurende minstens drie maanden voor langdurige herstellingswerken of voor het tijdelijk uit de vaart nemen.

§ 5. Het is verboden voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed buiten de Vlaamse Gemeenschap te brengen zonder toelating van het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het aanvragen en afleveren van de toelating, de voorwaarden erin en de geldigheidsduur en periodieke vernieuwing ervan.

Als het voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed ook beschermd is op grond van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang is deze paragraaf slechts van toepassing als de Vlaamse Regering dit uitdrukkelijk bepaalt.

Art. 8/1. Het is verboden voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed te ontsieren, te beschadigen of te vernielen.