Art. 13/3. 1. De bepalingen van hoofdstuk 11, afdeling 3 tot 7, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 zijn van toepassing op de misdrijven en inbreuken, vermeld in artikel 13/1 en 13/2 van dit decreet. De personen, bedoeld in deze afdelingen, nemen op gelijke wijze hun bevoegdheden waar voor de toepassing van dit decreet, met dien verstande dat de inspecteur Onroerend Erfgoed en de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 11.3.3, eerste lid, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, in het kader van dit decreet optreden namens de Vlaamse Gemeenschap.

In afwijking van het eerste lid, zijn artikel 11.4.3, 3, artikel 11.4.4, 2 en 3, tweede lid, artikel 11.5.7, 8 en 9, artikel 11.5.9, 2, artikel 11.5.11, 2, en artikel 11.6.2, derde lid, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 niet van toepassing, en wordt de territoriale bevoegdheid van de aangewezen rechtbanken bepaald volgens het Gerechtelijk Wetboek.

2. Voor de toepassing van dit decreet:
1 kan het feitelijk herstel in een oorspronkelijke, goede staat, vermeld in artikel 11.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, het terugbrengen van voorlopig of definitief beschermd varend erfgoed binnen de Vlaamse Gemeenschap omvatten;
2 wordt onder erfgoedwaarden verstaan de historische, wetenschappelijke, industrieel-archeologische, esthetische of andere sociaal-culturele waarde, bedoeld in artikel 2, 1, van dit decreet.