Afdeling 1.
Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed


Art. 3.1.1.

Er wordt een onafhankelijke Vlaamse adviescommissie voor het onroerend erfgoed opgericht, hierna Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed te noemen.

De Vlaamse Regering kan de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed onderverdelen in afdelingen.

De Vlaamse Regering :
1 bepaalt de samenstelling, de kennis die over de verschillende disciplines aanwezig moet zijn, de organisatie en de werking;
2 benoemt de leden en de plaatsvervangers;
3 stelt de nodige middelen ter beschikking.

De voorzitter, de leden en de plaatsvervangers worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Hun mandaat kan twee maal verlengd worden met een nieuwe termijn van vier jaar.


Art. 3.1.2. Het secretariaat van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed wordt uitgeoefend door het secretariaat van de SARO. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.

Art. 3.1.3. De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering voor.

Art. 3.1.4.

De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed verstrekt adviezen :
1 in de gevallen en rekening houdend met de termijnen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2 op verzoek van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde of de SARO over een aangelegenheid die binnen het toepassingsgebied van dit decreet valt binnen de door de aanvrager vermelde termijn;
3 uit eigen beweging aan de Vlaamse Regering of aan de SARO over een aangelegenheid die binnen het toepassingsgebied van dit decreet valt of over de afstemming van de onroerenderfgoedzorg met andere beleidsvelden.

De Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed bezorgt de adviezen aan de SARO tegelijk aan de Vlaamse Regering.