HOOFDSTUK 4.
Inventarissen


Art. 4.1.1. De Vlaamse Regering stelt minstens de volgende inventarissen geheel of gedeeltelijk vast :
1° de landschapsatlas;
2° de inventaris van archeologische zones;
3° de inventaris van bouwkundig erfgoed;
4° de inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde;
5° de inventaris van historische tuinen en parken.

Art. 4.1.2. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria voor het opnemen en schrappen van een onroerend goed in een in artikel 4.1.1 vermelde inventaris.

Art. 4.1.3.

De Vlaamse Regering onderwerpt de vast te stellen inventaris aan een openbaar onderzoek van zestig dagen dat minstens wordt aangekondigd door :
1° een bericht op te hangen in elke gemeente waar een onroerend goed gelegen is, dat opgenomen is in de vast te stellen inventaris;
2° een bericht op de website van elke gemeente waar een onroerend goed gelegen is, dat opgenomen is in de vast te stellen inventaris;
3° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
4° een bericht in ten minste drie dagbladen die in het Vlaamse Gewest worden verspreid;
5° een bericht op de website van het agentschap.

De berichten, vermeld in het eerste lid, vermelden minstens :
1° het voorwerp van het openbaar onderzoek;
2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
3° de plaats waar de inventaris ter inzage ligt of geraadpleegd kan worden;
4° de website waarop de inventaris te raadplegen is;
5° het adres waar opmerkingen en bezwaren over feitelijkheden dienen toe te komen of kunnen worden afgegeven.

Tijdens het openbaar onderzoek :
1° ligt de inventaris, vermeld in het eerste lid, ter inzage of is raadpleegbaar bij het agentschap;
2° is de inventaris te raadplegen op de website van het agentschap;
3° kunnen opmerkingen en bezwaren over feitelijkheden worden ingediend en afgegeven bij het agentschap.

De opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van de termijn, vermeld in het bericht, aan het agentschap schrifttelijk bezorgd.

Met opmerkingen en bezwaren die laattijdig aan het agentschap worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden.

De Vlaamse Regering wint over de inventaris en de opmerkingen en bezwaren afkomstig van het openbaar onderzoek advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Dit advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. De termijn van dertig dagen kan door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd met dertig dagen op vraag van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de adviesprocedure.

De Vlaamse Regering stelt na het advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed de inventaris vast. De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de vaststelling van de inventarissen en het openbaar onderzoek bepalen.


Art. 4.1.4. De Vlaamse Regering kan een vastgestelde inventaris actualiseren of er onroerende goederen aan toevoegen of uit verwijderen. Voor de betrokken onroerende goederen wordt een openbaar onderzoek georganiseerd onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld in artikel 4.1.3. Er wordt geen openbaar onderzoek georganiseerd om een onroerend goed te verwijderen dat volledig gesloopt of verdwenen is.

Art. 4.1.5. De ambtenaren die daarvoor aangewezen zijn door de Vlaamse Regering hebben voor het onderzoek naar de erfgoedelementen en de erfgoedkenmerken toegang tot de onroerende goederen die opgenomen zijn in een vastgestelde inventaris als vermeld in artikel 4.1.1, en tot de onroerende goederen die in aanmerking komen voor opname in een inventaris als vermeld in artikel 4.1.1 met uitzondering van particuliere woningen en bedrijfslokalen.

Art. 4.1.6.

De vastgestelde inventarissen bevatten over elk onroerend goed dat erin opgenomen is minstens de volgende gegevens :
1° een plan waarop het onroerend goed nauwkeurig wordt aangeduid;
2° de benaming van het geļnventariseerde onroerend goed;
3° een beschrijving op basis van de erfgoedkenmerken.

De Vlaamse Regering kan de gegevens die voor elk onroerend goed in een vastgestelde inventaris moeten worden opgenomen nader omschrijven of uitbreiden.


Art. 4.1.7. Alle onroerende goederen die opgenomen zijn in een vastgestelde inventaris als vermeld in artikel 4.1.1 en alle beschermde onroerende goederen worden op een publiek te raadplegen GIS-laag. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.

Art. 4.1.8. De opname van een onroerend goed in een vastgestelde inventaris vormt, uitgezonderd als het een eigen werk, daad of activiteit van een administratieve overheid betreft, geen weigeringsgrond voor eender welke vergunning of machtiging.

Art. 4.1.9.

Elke administratieve overheid neemt zo veel mogelijk zorg in acht voor de erfgoedkenmerken van onroerende goederen die opgenomen zijn in een aan een openbaar onderzoek onderworpen vastgestelde inventaris als vermeld in artikel 4.1.3.

De administratieve overheid geeft in al haar beslissingen over een eigen werk of activiteit met directe impact op geļnventariseerd erfgoed aan hoe ze rekening heeft gehouden met de verplichting vermeld in het eerste lid.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die motiveringsplicht en zorgplicht.

Dit artikel doet geen afbreuk aan strengere voorschriften voor beschermde goederen.


Art. 4.1.10. Als voor de sloop van een onroerend goed opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed of voor de kap van een onroerend goed, opgenomen in de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde een vergunning vereist is, motiveert de vergunningverlenende overheid haar beslissing en geeft ze in haar beslissing aan hoe ze de erfgoedwaarden in acht heeft genomen.

Art. 4.1.11.

Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een geļnventariseerd goed, overeenkomstig artikel 4.1.1, verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een erfpacht of een opstalrecht vestigt of overdraagt of op andere wijze de eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de onderhandse of authentieke akte dat het onroerend goed opgenomen is in een van de vastgestelde inventarissen, vermeld in artikel 4.1.1, en de rechtsgevolgen die aan de opname verbonden zijn door een verwijzing naar hoofdstuk 4 van dit decreet in de akte op te nemen.

Als de instrumenterend ambtenaar een onderhandse akte in een authentieke akte dient op te nemen, waarbij de eerste niet beantwoordt aan de voorschriften van het eerste lid, dan wijst hij de partijen bij de opmaak van de akte op het eerste lid.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de informatieplicht bepalen.