Art. 5.2.3. De zakelijkrechthouder of de gebruiker van een archeologisch artefact of van een archeologisch ensemble, dat afkomstig is uit het Vlaamse Gewest, meldt minstens dertig dagen voorafgaand aan het buiten het Vlaamse Gewest brengen ervan zijn voornemen daartoe aan het agentschap. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.

De zakelijkrechthouder of de gebruiker van een archeologisch artefact of een archeologisch ensemble wordt vrijgesteld van de melding van zijn voornemen om het buiten het Vlaamse Gewest te brengen, vermeld in het eerste lid, als het buiten het Vlaamse Gewest brengen maximaal vijf jaar duurt en gebeurt wegens educatieve, wetenschappelijke of conservatiedoeleinden en als daarvoor een schriftelijke overeenkomst wordt gesloten. De schriftelijke overeenkomst kan meermaals voor een periode van maximaal vijf jaar worden hernieuwd. Bij hernieuwing van de overeenkomst is evenmin een melding nodig.