Art. 5.4.3. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen met ingreep in de bodem of van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden stelt een erkend archeoloog aan in de gevallen, vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 om een archeologienota waarvan akte is genomen te verkrijgen.

De archeologienota waarvan akte is genomen of de gemelde archeologienotawordt toegevoegd bij de aanvraag van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.

Als bij de aanvraag een gemelde archeologienota is toegevoegd, bezorgt de aanvrager de archeologienota waarvan akte is genomen aan de vergunningverlenende overheid voor het verstrijken van de vervaltermijnen, vermeld in artikel 32, 1, 2 en 3, artikel 46, 1, en artikel 66, 1, 2, 2/1 en 3, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.