Art. 5.4.16. Na het beëindigen van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem meldt de erkende archeoloog een nota aan het agentschap of in voorkomend geval aan de erkende onroerenderfgoedgemeente. Als de nota betrekking heeft op percelen die op het grondgebied van meerdere gemeenten liggen, meldt de erkende archeoloog de nota aan het agentschap.

Die nota bevat minstens de volgende gegevens:
1° de resultaten van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem;
2° een gemotiveerd advies over het al dan niet moeten nemen van maatregelen met in voorkomend geval een programma hierover;
3° in voorkomend geval de noodzakelijke competenties die de uitvoerders van de voorgestelde maatregelen moeten bezitten;
4° in voorkomend geval een kostenraming en de geschatte duur van de voorgestelde maatregelen;
5° in voorkomend geval een gemotiveerd voorstel over het bewaren of deponeren van het archeologisch ensemble dat het resultaat is van het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem en de archeologische opgraving.

De nota kan:
1° voorzien in een fasering van de in voorkomend geval uit te voeren archeologische opgravingen;
2° voorzien dat delen van de kadastrale percelen waar de ingreep in de bodem is gepland van archeologische opgraving worden vrijgesteld.

De Vlaamse Regering kan de in de nota op te nemen gegevens nader omschrijven of uitbreiden.