Art. 5.5.3.

§ 1. De erkende archeoloog vraagt aan het agentschap een toelating om een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen uit te voeren.

De aanvraag tot toelating bevat minstens de volgende gegevens :
1° het erkenningsnummer van de erkende archeoloog;
2° de woonplaats of maatschappelijke zetel van de erkende archeoloog;
3° de locatie van het archeologisch vooronderzoek of de archeologische opgraving met in voorkomend geval de kadastrale gegevens van de betrokken percelen;
4° de wetenschappelijke vraagstellingen en het belang van het wetenschappelijk onderzoek;
5° de voorgestelde uitvoeringswijze;
6° de overeenkomst, vermeld in artikel 5.5.2;
7° de motivatie waarom onderzoek primeert op behoud.

De Vlaamse Regering :
1° kan de in de aanvraag op te nemen gegevens nader omschrijven of uitbreiden;
2° bepaalt de nadere regels voor het aanvragen en het afleveren van de toelating.

§ 2. Als het agentschap de toelating voor het archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of voor de archeologische opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen weigert of er voorwaarden aan koppelt, kan de erkende archeoloog een georganiseerd administratief beroep instellen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan over het beroepschrift advies inwinnen bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.