Onderafdeling 1.
Voorlopige bescherming


Art. 6.1.1. De Vlaamse Regering kan een archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap, stadsgezicht of dorpsgezicht, desgevallend met inbegrip van een overgangszone, beschermen.

Art. 6.1.1/1. De beschermingsvoorschriften kunnen geen beperkingen opleggen die werken of handelingen absoluut verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen.

Art. 6.1.2. De door de Vlaamse Regering daartoe aangewezen ambtenaren hebben voor het onderzoek naar de erfgoedwaarden toegang tot de archeologische sites, monumenten, cultuurhistorische landschappen en stads- en dorpsgezichten die in aanmerking komen voor bescherming. Tot particuliere woningen en bedrijfslokalen hebben ze evenwel alleen toegang tussen negen uur en eenentwintig uur en met machtiging van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Art. 6.1.3.

De Vlaamse Regering wint voorafgaand aan de voorlopige bescherming het advies in bij de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeentebesturen en de departementen of agentschappen van de Vlaamse overheid bevoegd voor omgeving, mobiliteit en openbare werken en landbouw en visserij. Deze adviezen worden uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

De Vlaamse Regering wint voorafgaand aan de voorlopige bescherming het advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Dit advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van zestig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

De Vlaamse Regering brengt voorafgaand aan de voorlopige bescherming de zakelijkrechthouders van een monument of een onroerend goed in een archeologische site of stads- of dorpsgezicht op de hoogte. De zakelijkrechthouders kunnen binnen een vervaltermijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving, schriftelijk opmerkingen bezorgen aan het agentschap over de voorlopige bescherming.

Aan de verplichtingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, kan worden voorbijgegaan in geval van dringende noodzakelijkheid.


Art. 6.1.4.

§ 1. De Vlaamse Regering stelt het besluit tot voorlopige bescherming vast.

§ 2. Het besluit tot voorlopige bescherming bevat minstens de volgende gegevens :
1° in voorkomend geval de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop de onroerende goederen zich bevinden;
2° de vermelding of het een bescherming van een archeologische site, monument, cultuurhistorisch landschap of stads- of dorpsgezicht betreft met, in voorkomend geval, een overgangszone;
3° de benaming van het beschermde onroerend goed;
4° een beknopte wetenschappelijke beschrijving;
5° de erfgoedwaarden;
6° de erfgoedelementen en de erfgoedkenmerken;
7° de toekomstige beheersdoelstellingen die de optimale verwezenlijking van de erfgoedwaarden omschrijven die aanleiding gegeven hebben tot de bescherming;
8° de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud;
9° in voorkomend geval de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud in de overgangszone.

Bij elk besluit tot voorlopige bescherming worden de volgende bijlagen gevoegd :
1° een plan waarop het beschermde goed en, in voorkomend geval, de overgangszone nauwkeurig worden afgelijnd en waarop de plaats van aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek wordt aangeduid;
2° een fotoregistratie van de fysieke toestand van het beschermde goed;
3° in voorkomend geval een lijst met de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed inzonderheid de bijhorende uitrusting en de decoratieve elementen.

De Vlaamse Regering kan de gegevens die in elk besluit tot voorlopige bescherming of in de bijlage moeten worden opgenomen, nader omschrijven of uitbreiden.


Art. 6.1.5. Het besluit tot voorlopige bescherming wordt na de kennisgeving, vermeld in artikel 6.1.6, bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 6.1.6.

Het besluit tot voorlopige bescherming van een archeologische site, monument of stads- of dorpsgezicht wordt met bijlagen per beveiligde zending aan de zakelij krechthouders ter kennis gebracht.

Het agentschap hoort, op hun verzoek, de zakelijkrechthouders. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het agentschap binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid.

De zakelijkrechthouders die, overeenkomstig het eerste lid, van het besluit tot voorlopige bescherming op de hoogte gebracht zijn:
1° brengen de gebruikers van het onroerend goed per beveiligde zending op de hoogte van het besluit tot voorlopige bescherming binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld;
2° brengen de zakelijkrechthouders van de cultuurgoederen per beveiligde zending op de hoogte van het besluit tot voorlopige bescherming binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving. Die verplichting wordt in de beveiligde zending vermeld;
3° brengen het agentschap schriftelijk op de hoogte van de eventuele verkoop, overdracht van het eigendomsrecht of overdracht van een ander zakelijk recht, waarbij de nodige stavingsdocumenten gevoegd zijn, binnen een termijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving. Die verplichting wordt in de kennisgeving vermeld. De nieuwe zakelijkrechthouders worden op hun beurt, overeenkomstig het eerste lid, op de hoogte gebracht van het besluit tot voorlopige bescherming.


Art. 6.1.7.

Het besluit tot voorlopige bescherming wordt per beveiligde zending aan de betrokken gemeenten bezorgd voor een openbaar onderzoek van dertig dagen.

De betrokken gemeenten openen het openbaar onderzoek binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van het besluit tot voorlopige bescherming door :
1° een bericht over het openbaar onderzoek op te hangen op de plaats die aangeduid is op het plan dat als bijlage bij het besluit tot voorlopige bescherming is gevoegd;
2° een bericht te publiceren op de website van de betrokken gemeenten.

De besluiten tot voorlopige bescherming van een cultuurhistorisch landschap worden ook aangekondigd door een bericht in ten minste drie dagbladen die in de betrokken gemeenten worden verspreid.

De gemeenten melden aan het agentschap de datum waarop zij het openbaar onderzoek openen. Het agentschap publiceert een bericht over het openbaar onderzoek op zijn website.

De berichten, vermeld in het tweede en derde lid, vermelden minstens het volgende :
1° het voorwerp van het openbaar onderzoek;
2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
3° de plaats waar het besluit tot voorlopige bescherming en het beschermingsdossier ter inzage liggen;
4° het adres waarop opmerkingen en bezwaren schriftelijk kunnen worden ter kennis gebracht.

Tijdens het openbaar onderzoek :
1° liggen het besluit tot voorlopige bescherming en het beschermingsdossier ter inzage bij de betrokken gemeenten en het agentschap;
2° kunnen opmerkingen en bezwaren schriftelijk aan de betrokken gemeenten ter kennis worden gebracht;
3° kunnen de betrokken gemeenten een hoorzitting organiseren.

De betrokken gemeenten stellen een proces-verbaal op waarin de opmerkingen, de bezwaren en in voorkomend geval een advies en het verslag van de hoorzitting worden opgenomen en sluiten het openbaar onderzoek af. Binnen een ordetermijn van vijftien dagen die ingaat op de dag na het afsluiten van het openbaar onderzoek bezorgen ze het proces-verbaal schriftelijk aan het agentschap.

Als de gemeente het openbaar onderzoek niet opent binnen de vooropgestelde termijn van dertig dagen, is het aan het agentschap dit openbaar onderzoek op te starten en af te ronden binnen de termijn, vermeld in artikel 6.1.9.


Art. 6.1.8. De Vlaamse Regering wint over de voorlopige bescherming het advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed als er overeenkomstig artikel 6.1.3, vierde lid, omwille van dringende noodzakelijkheid geen voorafgaand advies werd gevraagd. Dit advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van zestig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Art. 6.1.9.

§ 1. Vanaf de dag van de kennisgeving, vermeld in artikel 6.1.6, zijn op de onroerende goederen, vermeld in het besluit tot voorlopige bescherming, gedurende een termijn van maximaal 270 dagen de rechtsgevolgen van een bescherming voorlopig van toepassing.

Vanaf de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 6.1.5, zijn op de onroerende goederen, vermeld in het besluit tot voorlopige bescherming van een cultuurhistorisch landschap, gedurende een termijn van maximaal 270 dagen de rechtsgevolgen van een bescherming voorlopig van toepassing.

§ 2. De Vlaamse Regering kan die termijn eenmalig met maximaal negentig dagen verlengen.

Het besluit tot verlenging van de voorlopige bescherming van een archeologische site, monument of stads- of dorpsgezicht wordt aan de zakelijkrechthouders per beveiligde zending ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 6.1.6.

Het besluit tot verlenging van de voorlopige bescherming van een cultuurhistorisch landschap wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


Art. 6.1.10. De rechtsgevolgen van een besluit tot voorlopige bescherming zijn van toepassing :
1° op de zakelijkrechthouders vanaf de kennisgeving, vermeld in artikel 6.1.6;
2° op de gebruikers en de eigenaars van de cultuurgoederen vanaf de kennisgeving door de zakelijkrechthouders, vermeld in artikel 6.1.6;
3° op iedereen vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 6.1.5.

Art. 6.1.11. Het besluit tot voorlopige bescherming vervalt van rechtswege als de Vlaamse Regering binnen de termijn, vermeld in artikel 6.1.9, geen besluit tot definitieve bescherming genomen heeft.