Afdeling 2.
Wijzigen en opheffen van een besluit tot definitieve bescherming


Onderafdeling 1.
Wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming


Art. 6.2.1. De Vlaamse Regering kan een besluit tot definitieve bescherming in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk wijzigen of opheffen :
1° de erfgoedwaarden van het beschermde goed zijn onherstelbaar aangetast of verloren gegaan;
2° een verplaatsing van het beschermde goed is noodzakelijk voor het behoud van de erfgoedwaarden ervan of is vereist omwille van het algemeen belang;
3° de gehele of gedeeltelijke wijziging of opheffing is vereist omwille van het algemeen belang;
4° het goed beheer vereist de toevoeging van gegevens zoals vermeld in artikel 6.1.14, 7° tot en met 9°.
5° de toevoeging als bijlage van een lijst van cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van een beschermd goed als vermeld in artikel 6.1.4, § 2, tweede lid, 3°, of de aanpassing van een lijst van cultuurgoederen is noodzakelijk.

Art. 6.2.2. De Vlaamse Regering kan in een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een bescherming geheel of gedeeltelijk wijzigen of opheffen als dit vereist is omwille van het algemeen belang.

Art. 6.2.3. § 1. In de gevallen, vermeld in artikel 6.2.1, 1° of 3°, kan een besluit tot definitieve bescherming geheel of gedeeltelijk gewijzigd of opgeheven worden onder de voorwaarden en in de vorm die vastgesteld zijn voor een bescherming in artikel 6.1.2, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18.

§ 2. Een besluit tot definitieve bescherming kan gewijzigd worden omwille van een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2°, op gezamenlijk verzoek of na akkoord van de betrokken zakelijkrechthouders van de oorspronkelijke locatie en de locatie waarnaar het beschermd goed wordt verplaatst en onder de voorwaarden en in de vorm die vastgesteld zijn voor een bescherming in artikel 6.1.2, 6.1.3, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.9, 6.1.10, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18.

Voorafgaand aan het besluit tot voorlopige wijziging worden volgens artikel 6.1.3 adviezen ingewonnen en worden de zakelijkrechthouders van het beschermd monument of van het onroerend goed dat deel uitmaakt van een beschermde archeologische site of een beschermd stads- of dorpsgezicht en de zakelijkrechthouders van het perceel waar het beschermd goed naar wordt verplaatst op de hoogte gebracht. Aan de verplichtingen, vermeld in artikel 6.1.3, eerste tot en met derde lid, kan niet worden voorbijgegaan volgens artikel 6.1.3, vierde lid.

Het agentschap hoort, in afwijking van artikel 6.1.6, tweede lid, de zakelijkrechthouders op hun verzoek en voorafgaand aan het besluit tot voorlopige wijziging. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het agentschap binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van het ontwerp van besluit tot voorlopige wijziging, vermeld in artikel 6.1.3, derde lid.

De zakelijkrechthouders brengen de gebruikers van het onroerend goed en de zakelijkrechthouders van de cultuurgoederen per beveiligde zending op de hoogte van het ontwerp van besluit tot voorlopige wijziging binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van het ontwerp van besluit tot voorlopige wijziging, vermeld in artikel 6.1.3, derde lid.

Voorafgaand aan het besluit tot voorlopige wijziging wordt een openbaar onderzoek georganiseerd onder de voorwaarden en in de vorm, vermeld in artikel 6.1.7. Dat openbaar onderzoek heeft betrekking op de oorspronkelijke locatie en de locatie waarnaar het beschermd goed wordt verplaatst. Als het beschermd goed verplaatst wordt naar een andere gemeente, wordt in beide gemeenten een openbaar onderzoek georganiseerd. De betrokken gemeenten hangen een bericht over het openbaar onderzoek uit op beide plaatsen die aangeduid zijn op het plan dat als bijlage bij het ontwerp van besluit tot voorlopige wijziging is gevoegd en publiceren een bericht op hun website.

In afwijking van artikel 6.1.6 en 6.1.16 worden de zakelijkrechthouders van de oorspronkelijke locatie en de locatie waarnaar het beschermde goed wordt verplaatst, per beveiligde zending op de hoogte gebracht van het besluit tot voorlopige en definitieve wijziging van een besluit tot definitieve bescherming van een archeologische site, een monument of een stads- of dorpsgezicht.

§ 3. In de gevallen, vermeld in artikel 6.2.1, 4° of 5°, kan een besluit tot definitieve bescherming gewijzigd worden als de eigenaar schriftelijk toestemming verleent en als het advies van de Commissie wordt gevraagd. Als de eigenaar geen schriftelijke toestemming verleent, dan gebeurt de wijziging, vermeld in artikel 6.2.1, 4°, onder de voorwaarden en in de vorm die vastgesteld zijn voor de bescherming, vermeld in artikel 6.1.2, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18. Als de eigenaar geen schriftelijke toestemming verleent, dan gebeurt de wijziging in het geval, vermeld in artikel 6.2.1, 5°, onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld voor de bescherming, vermeld in artikel 6.1.2, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18.

Onderafdeling 2.
Voorlopige wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming


Art. 6.2.4. De Vlaamse Regering wint over de voorlopige wijziging of opheffing van het besluit tot definitieve bescherming in de gevallen, vermeld onder artikel 6.2.1, 1°, 3°, 4° of 5°, advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. Dit advies wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn. De termijn van dertig dagen kan door de Vlaamse Regering eenmalig worden verlengd met dertig dagen op vraag van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed.

Art. 6.2.5.

De Vlaamse Regering stelt het besluit tot voorlopige wijziging of opheffing vast. Het besluit tot voorlopige wijziging of opheffing bevat minstens de volgende gegevens :
1° het opschrift van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
2° de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
3° in voorkomend geval de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop het beschermde goed zich bevindt;
4° de redenen van wijziging of opheffing;
5° in geval van wijziging een beschrijving van de impact op de erfgoedwaarden, een beschrijving van de impact op de beheersdoelstellingen, een beschrijving van de impact op de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud en, in voorkomend geval, een beschrijving van de impact op de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud in de overgangszone;
6° de aanduiding van de te registeren en te documenteren erfgoedwaarden die verloren gaan;
7° in geval van gedeeltelijke of volledige opheffing de eventuele verplichting om het beschermde goed te verplaatsen of om onderdelen met erfgoedwaarde in een erkend onroerenderfgoeddepot te plaatsen;
8° in geval van wijziging vanwege een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2°, de maatregelen die nodig zijn voor de ontmanteling, de verplaatsing en de heroprichting op een geschikte plaats en de termijnen waarbinnen die maatregelen uitgevoerd moeten zijn.

Bij elk besluit tot voorlopige wijziging of tot gedeeltelijke opheffing worden de volgende bijlagen gevoegd :
1° een plan waarop het beschermde goed en in voorkomend geval de overgangszone na wijziging of gedeeltelijke opheffing nauwkeurig wordt afgelijnd en waarop de plaats van aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek wordt aangeduid; In het geval van een wijziging wegens een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2°, worden zowel de oorspronkelijke locatie als de locatie waarnaar het beschermd goed wordt verplaatst, nauwkeurig afgelijnd en worden de plaatsen van aanplakking aangeduid;
2° een fotoregistratie van de fysieke toestand van het beschermde goed;
3° in voorkomend geval een lijst met de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed.
4° in geval van een wijziging wegens een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2°, een document waarin het agentschap zich uitspreekt over de ingediende bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval over de uitgebrachte adviezen en het verslag van de hoorzitting.

De Vlaamse Regering kan de gegevens die in elk besluit tot voorlopige wijziging of opheffing of in de bijlagen zijn opgenomen, nader omschrijven of uitbreiden.


Onderafdeling 3.
Definitieve wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming


Art. 6.2.6.

Het besluit tot definitieve wijziging of opheffing bevat minstens de volgende gegevens :
1° het opschrift van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
2° de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat gewijzigd of opgeheven wordt;
3° in voorkomend geval de kadastrale gegevens van het perceel of de percelen waarop het beschermde goed zich bevindt;
4° de redenen van wijziging of opheffing;
5° in geval van wijziging een beschrijving van de impact op de erfgoedwaarden, een beschrijving van de gevolgen voor de beheersdoelstellingen, een beschrijving van de gevolgen voor de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud en, in voorkomend geval, de gevolgen voor de bijzondere voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud in de overgangszone;
6° de aanduiding van de te registeren en te documenteren erfgoedwaarden die verloren gaan;
7° in geval van opheffing de eventuele verplichting om het beschermde goed te verplaatsen of om de onderdelen met erfgoedwaarde in een onroerenderfgoeddepot te plaatsen;
8° ...

Bij elk besluit tot definitieve wijziging of tot gedeeltelijke opheffing worden de volgende bijlagen gevoegd :
1° een plan waarop het beschermde goed en in voorkomend geval de overgangszone na wijziging of gedeeltelijke opheffing nauwkeurig wordt afgelijnd en waarop de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek wordt aangeduid;
2° een fotoregistratie van de fysieke toestand van het beschermde goed;
3° in voorkomend geval een lijst met de cultuurgoederen die integrerend deel uitmaken van het beschermde goed;
4° een document waarin het agentschap zich uitspreekt over de ingediende bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval over de uitgebrachte adviezen en het verslag van de hoorzitting.

De Vlaamse Regering kan de gegevens die in elk besluit tot definitieve wijziging of opheffing of in de bijlagen zijn opgenomen nader omschrijven of uitbreiden.


Art. 6.2.7. Bij een gehele of gedeeltelijke wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming in de gevallen, vermeld in artikel 6.2.1, 1°, 3°, 4° en 5°, blijven tot de vaststelling van het besluit tot definitieve wijziging of opheffing de rechtsgevolgen van het vorige besluit tot definitieve bescherming van kracht. De rechtsgevolgen van een besluit tot wijziging of opheffing zijn van toepassing :
1° op de zakelijkrechthouders vanaf de kennisgeving, vermeld in artikel 6.1.16;
2° op de gebruikers en de eigenaars van de cultuurgoederen vanaf de kennisgeving door de zakelijkrechthouders, vermeld in artikel 6.1.16;
3° op iedereen vanaf de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 6.1.15.

Art. 6.2.8. § 1. Bij een wijziging van een besluit tot definitieve bescherming wegens een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2°, blijven, met behoud van de toepassing van de rechtsgevolgen, vermeld in artikel 6.1.9, de rechtsgevolgen van het vorige besluit tot definitieve bescherming van kracht tot de definitieve wijziging van het beschermingsbesluit wegens een verplaatsing.

In afwijking van artikel 6.1.9, § 2, kan de Vlaamse Regering de termijn, vermeld in artikel 6.1.9, § 1, eenmalig verlengen met maximaal 270 dagen.

Het verkrijgen van een toelating of vergunning voor de ontmanteling en de verplaatsing van het onroerend goed schorst de termijn, vermeld in artikel 6.1.9 en eventueel verlengd overeenkomstig het tweede lid.

§ 2. Het besluit tot voorlopige wijziging vervalt van rechtswege als:
1° er geen toelating of vergunning voor de ontmanteling, de verplaatsing en de heroprichting van het onroerend goed verleend is binnen de termijn, vermeld in artikel 6.1.9 en eventueel verlengd overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid;
2° de verwezenlijking van de toegelaten of vergunde handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de toelating of vergunning.

De termijn van twee jaar, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt geschorst in de gevallen, vermeld in artikel 101 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.