Art. 6.2.8. 1. Bij een wijziging van een besluit tot definitieve bescherming wegens een verplaatsing als vermeld in artikel 6.2.1, 2, blijven, met behoud van de toepassing van de rechtsgevolgen, vermeld in artikel 6.1.9, de rechtsgevolgen van het vorige besluit tot definitieve bescherming van kracht tot de definitieve wijziging van het beschermingsbesluit wegens een verplaatsing.

In afwijking van artikel 6.1.9, 2, kan de Vlaamse Regering de termijn, vermeld in artikel 6.1.9, 1, eenmalig verlengen met maximaal 270 dagen.

Het verkrijgen van een toelating of vergunning voor de ontmanteling en de verplaatsing van het onroerend goed schorst de termijn, vermeld in artikel 6.1.9 en eventueel verlengd overeenkomstig het tweede lid.

2. Het besluit tot voorlopige wijziging vervalt van rechtswege als:
1 er geen toelating of vergunning voor de ontmanteling, de verplaatsing en de heroprichting van het onroerend goed verleend is binnen de termijn, vermeld in artikel 6.1.9 en eventueel verlengd overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid;
2 de verwezenlijking van de toegelaten of vergunde handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de toelating of vergunning.

De termijn van twee jaar, vermeld in het eerste lid, 2, wordt geschorst in de gevallen, vermeld in artikel 101 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.