HOOFDSTUK 8.
Beheer van onroerend erfgoed


Art. 8.1.1.

§ 1. Om de beheersdoelstellingen te verwezenlijken, kan voor onroerend erfgoed en erfgoedlandschappen door de zakelijkrechthouder of de gebruiker een beheersplan worden opgesteld.

De Vlaamse Regering kan onroerende goederen aanwijzen waarvoor de opmaak door de zakelijkrechthouder van een beheersplan verplicht is.

Het agentschap kan een beheersplan goedkeuren.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak, de goedkeuring, de aanpassing en de uitvoering van beheersplannen.

§ 2. Als het agentschap de goedkeuring van een beheersplan weigert of er voorwaarden aan koppelt, kan de aanvrager ervan een georganiseerd administratief beroep instellen bij de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering kan over het beroepschrift advies inwinnen bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.


Art. 8.1.2.

De opmaak en de uitvoering van een beheersplan voor onroerend erfgoed en erfgoedlandschappen kunnen worden begeleid door een beheerscommissie.

De Vlaamse Regering kan onroerende goederen aanduiden waarvoor de oprichting van een beheerscommissie verplicht is.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oprichting, de samenstelling en de werking van beheerscommissies.


Art. 8.1.3.

Als voor een onroerend goed naast een beheersplan als vermeld in artikel 8.1.1 ook een natuurbeheerplan in het kader van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu wordt opgemaakt, worden alle beheersdoelstellingen voor dat onroerend goed in één plan geïntegreerd.

De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen en afwijken of in een aanvulling voorzien van wat daarvoor is voorzien in dit decreet, in het Bosdecreet van 13 juni 1990 of in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.