HOOFDSTUK 10.
Financiering onroerenderfgoedzorg


Afdeling 1.
Subsidies


Art. 10.1.1.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de daartoe op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten :
1° samenwerkingsovereenkomsten sluiten met erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten, Regionale Landschappen en erkende onroerenderfgoeddepots en in het kader daarvan subsidies toekennen;
2° beheersovereenkomsten sluiten met de zakelijkrechthouder of de beheerder van een archeologische site, monument, een of meer percelen in een cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht of erfgoedlandschap en in het kader van de beheersovereenkomst subsidies toekennen;
3° projectsubsidies toekennen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.


Afdeling 2.
Premies


Art. 10.2.1.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de daartoe op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten :
1° premies toekennen voor werkzaamheden aan of in beschermde goederen en in erfgoedlandschappen;
2° meerjarenpremieovereenkomsten sluiten voor grote en langdurige werken aan of in beschermd onroerend erfgoed en erfgoedlandschappen;
3° ...
4° premies toekennen voor beheer van beschermd onroerend erfgoed en erfgoedlandschappen;
5° premies toekennen voor het beheer van onroerend erfgoed waarvoor een beheersplan is goedgekeurd overeenkomstig artikel 8.1.1;
6° premies toekennen voor maatregelen ten behoeve van de algemene landschapszorg, opgenomen in een goedgekeurd actieprogramma onroerend erfgoed;
7° premies toekennen voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem;
8° premies toekennen bij een buitensporige directe kost van de verplicht uit te voeren archeologische opgraving zoals opgenomen in de archeologienota of de nota waarvan akte is genomen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.


Art. 10.2.2. De premies van het Vlaamse Gewest bedragen minstens 40% van de kostprijs van de voor financiėle ondersteuning in aanmerking komende beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten aan of in beschermde goederen en erfgoedlandschappen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels hiervoor en bepaalt de gevallen waarin een verhoogd premiepercentage of een aanvullende premie kan toegekend worden.

Art. 10.2.3. De premies toegekend in het kader van meerjarenpremieovereenkomsten zoals vermeld in artikel 10.2.1, eerste lid, 2°, worden vastgelegd op jaarbasis.

Afdeling 3.
Archeologie


Onderafdeling 1.
Archeologisch vooronderzoek en archeologische opgraving


Art. 10.3.1. Tenzij het anders overeengekomen is, worden de kosten van het archeologisch vooronderzoek en de archeologische opgraving gedragen door de aanvrager van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of het verkavelen van gronden zoals bedoeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2.

Onderafdeling 2.
Toevalsvondsten


Art. 10.3.2. De kosten van onderzoek na een toevalsvondst als vermeld in artikel 5.1.4 worden gedragen door het Vlaamse Gewest.

Art. 10.3.3.

De zakelijkrechthouder of de gebruiker van een onroerend goed kunnen een vergoeding vorderen voor schade ten gevolge van de verplichtingen, vermeld in artikel 5.1.4, als de schade voortvloeit uit de verlenging van de termijn van tien dagen en als de totale termijn dertig dagen overschrijdt.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van de schadevergoedingsplicht.

De zakelijkrechthouder en de gebruiker kunnen geen schadevergoeding vorderen als ze de toevalsvondst niet overeenkomstig artikel 5.1.4 hebben gemeld.


Onderafdeling 3.
Archeologisch solidariteitsfonds


Art. 10.3.4. De Vlaamse Regering kan een archeologisch solidariteitsfonds erkennen als het minstens voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° het archeologisch solidariteitsfonds wordt opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° zowel natuurlijke personen als privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen lid worden van het archeologisch solidariteitsfonds;
3° het archeologisch solidariteitsfonds legt zijn leden, op straffe van uitsluiting, de betaling van een bijdrage op waarvan de berekeningswijze overeengekomen wordt tussen het archeologisch solidariteitsfonds en de Vlaamse Regering. De bijdrage is afhankelijk van de mate waarin het lid als initiatiefnemer of als aannemer van diensten of werken voor rekening van derden activiteiten uitvoert die gepaard gaan met bodemingrepen;
4° het archeologisch solidariteitsfonds vergoedt zijn leden of de natuurlijke personen of rechtspersonen waarvoor zijn leden optreden als architect, aannemer van werken of erkende archeoloog, voor een deel van de kosten die gepaard gaan met archeologische opgravingen die worden uitgevoerd in overeenstemming met afdeling 4 van hoofdstuk 5. De voorwaarden hiervan worden opgenomen in een overeenkomst tussen het archeologisch solidariteitsfonds en de Vlaamse Regering.

Art. 10.3.5. Een erkend archeologisch solidariteitsfonds ontvangt, binnen de beschikbare begrotingskredieten, een toelage van het Vlaamse Gewest die onder andere kan worden aangewend voor de werking van het fonds. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de berekeningswijze van de toelage op basis van een rapporteringsmechanisme, de wijze van toekenning en uitbetaling en controlemaatregelen.

[Afdeling 4.
Bijkomende voorwaarden voor financiering (ing. Decr. 15 juli 2016, art. 42, I: 1 januari 2017)]


Art. 10.4.1. Er worden geen premies, subsidies of toelagen verleend aan ondernemingen die op de indieningsdatum:
1° achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
2° in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, 18, van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieėn steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
3° een procedure op basis van Europees of nationaal recht hebben lopen waarbij toegekende steun wordt teruggevorderd.

Art. 10.4.2. Er kan nooit aanspraak gemaakt worden op premies voor de uitvoering van werkzaamheden of diensten waartoe een aanvrager al gehouden is op grond van zijn deelname aan een misdrijf of inbreuk.

Als er premies uitgekeerd zijn om schade te herstellen die het gevolg is van een misdrijf of inbreuk, kunnen ze teruggevorderd worden van diegenen die door hun deelname aan het misdrijf of de inbreuk die schade mee hebben veroorzaakt.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.

[Afdeling 5.
Fiscale stimulansen (ing. Decr. 21 april 2017, art. 2, I: 14 mei 2017)]


Art. 10.5.1. Als voor een onroerend goed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan, levert het agentschap een attest af aan de Vlaamse Belastingdienst met afschrift aan de begiftigden, met vermelding dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden afgeleverd als het beschermde monument is vervreemd onder de levenden binnen vijf jaar na de datum van de schenkingsakte en voordat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.4.4.1, hetzij § 1, hetzij § 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, is voldaan. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.

Art. 10.5.2. Het verschil tussen het verkooprecht, geheven met toepassing van artikel 2.9.4.2.10, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, en het verkooprecht, verschuldigd bij gebrek aan toepassing van hetzelfde artikel, wordt geacht als subsidie te zijn verleend.

De subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet.

Op straffe van verval van de subsidie bezorgen de verkrijgers binnen een termijn van 180 dagen, die ingaat op de dag na het verstrijken van de termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 1°, van het voormelde decreet, de facturen en andere gegevens aan het agentschap waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet. Het agentschap stelt daarvoor een modelformulier ter beschikking op zijn website.

Elke vervreemding onder de levenden van het beschermde monument, die plaatsvindt voordat de verkrijgers van de subsidie hebben voldaan aan de voorwaarden, vereist voor het behoud van de subsidie, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, van het voormelde decreet, heeft tot gevolg dat de subsidie wordt teruggevorderd door het agentschap. Die vervreemding wordt door de instrumenterende ambtenaar gemeld aan het agentschap.

In geval van verval als vermeld in het derde lid of van een vervreemding als vermeld in het vierde lid, zijn de verkrijgers verplicht de verkregen subsidie, verhoogd met de wettelijke interest, terug te betalen. De interest wordt berekend vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte van verkrijging. Als de subsidie is verkregen door verschillende verkrijgers, zijn ze hoofdelijk gehouden tot de terugbetaling.