[Afdeling 4.
Bijkomende voorwaarden voor financiering (ing. Decr. 15 juli 2016, art. 42, I: 1 januari 2017)]


Art. 10.4.1. Er worden geen premies, subsidies of toelagen verleend aan ondernemingen die op de indieningsdatum:
1° achterstallige schulden hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
2° in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, 18, van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieėn steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
3° een procedure op basis van Europees of nationaal recht hebben lopen waarbij toegekende steun wordt teruggevorderd.

Art. 10.4.2. Er kan nooit aanspraak gemaakt worden op premies voor de uitvoering van werkzaamheden of diensten waartoe een aanvrager al gehouden is op grond van zijn deelname aan een misdrijf of inbreuk.

Als er premies uitgekeerd zijn om schade te herstellen die het gevolg is van een misdrijf of inbreuk, kunnen ze teruggevorderd worden van diegenen die door hun deelname aan het misdrijf of de inbreuk die schade mee hebben veroorzaakt.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels daarvoor.